← Terug naar wetgeving
BesluitNLBTW (omzetbelasting)

Omzetbelasting, sociaal-culturele vrijstelling, aangewezen instellingen die winst beogen

Laatst gewijzigd: 9 januari 2026
Geconsolideerde brontekst ter informatie; aan deze weergave kunnen geen rechten worden ontleend. Raadpleeg de officiële versie op wetten.overheid.nl.
Open officiële versie ↗Ontwikkelingen in de feed →

De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Het arrest van de Hoge Raad van 14 april 2023 (ECLI:NL:HR:2023:460) geeft aanleiding om vooralsnog een goedkeuring te treffen voor instellingen waarvoor in de Algemene aantekening behorend bij Bijlage B van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 is bepaald dat die winst mogen beogen.

In artikel 11, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de omzetbelasting 1968 is een vrijstelling opgenomen voor bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen leveringen en diensten van sociale of culturele aard. Daarbij gelden als voorwaarden dat de ondernemer geen winst beoogt en geen verstoring van de concurrentieverhoudingen optreedt ten opzichte van ondernemers die winst beogen. De vrijstelling is nader uitgewerkt in artikel 7, eerste lid , en Bijlage B van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 . In de derde alinea van de Algemene aantekening van die bijlage is bepaald dat voor bepaalde instellingen de voorwaarde dat geen winst wordt beoogd, niet geldt.

De Hoge Raad heeft in het arrest van 14 april 2023 echter geoordeeld dat deze bepaling van de Algemene aantekening onverbindend is en buiten toepassing dient te blijven. 1 Hoge Raad 14 april 2023, nr. 20/02590, ECLI:NL:HR:2023:460 Gevolg is dat instellingen die winst beogen zijn uitgesloten van de vrijstelling. Het arrest geeft aanleiding om te bezien of de Wet op de omzetbelasting 1968 kan worden aangepast om de vrijstelling voor leveringen en diensten van sociale en culturele aard te handhaven voor winstbeogende instellingen als bedoeld in de Algemene aantekening, derde alinea.

Om deze reden keur ik goed om de in de Algemene aantekening, derde alinea, opgenomen uitzondering voor winstbeogende instellingen vooralsnog te handhaven voor de daarin aangewezen instellingen.

Ik keur goed dat de in de Algemene aantekening, derde alinea, van Bijlage B bij het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 opgenomen uitzondering voor winst beogen vooralsnog wordt gehandhaafd voor de daarin aangewezen instellingen.

Op het verleden wordt niet teruggekomen als voor de toepassing van de vrijstelling is gehandeld met inachtneming van het bepaalde in de derde alinea van de Algemene aantekening van Bijlage B bij het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 inzake het winst beogen.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkort
Praktijkgebieden▾
Indirect
Omzetbelasting (BTW)AccijnzenMilieubelastingenDouaneKansspelbelasting
Direct
VennootschapsbelastingInkomstenbelastingDividendbelastingBronbelastingMinimumbelasting (GloBE)
Loon & inhouding
LoonbelastingOverdrachtsbelastingSchenk- en erfbelastingBPM / AutobelastingenToeslagen
Formeel & overig
Formeel rechtVerrekenprijzenStaatssteunOverig
ContactAccount
Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkortPraktijkgebieden
ContactAccount