← Terug naar wetgeving
WetNL

Belastingplan 2019

Laatst gewijzigd: 1 januari 2020
Geconsolideerde brontekst ter informatie; aan deze weergave kunnen geen rechten worden ontleend. Raadpleeg de officiële versie op wetten.overheid.nl.
Open officiële versie ↗Ontwikkelingen in de feed →
Uitspraken over dit artikel →

Artikel I

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel II

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel III

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel IV

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel V

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel VI

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel VII

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel VIII

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel IX

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel X

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel XI

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel XII

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel XIII

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel XIV

Voor de werknemer die uiterlijk op 31 december 2018 een vergoeding genoot waarop artikel 31a, tweede lid, onderdeel e, van de Wet op de loonbelasting 1964 zoals dat op 31 december 2018 luidde of artikel 39e van de Wet op loonbelasting 1964 zoals dat op 31 december 2018 luidde van toepassing was, blijft bij de toepassing van artikel 31a, zevende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 de ingevolge die bepalingen geldende termijn van ten hoogste acht jaar, onderscheidenlijk ten hoogste tien jaar, van toepassing tot en met uiterlijk 31 december 2020.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel XV

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel XVI

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel XVII

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel XVIII

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel XIX

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel XX

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel XXI

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel XXII

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel XXIII

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel XXIV

Wijzigt de Wet op de omzetbelasting 1968.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel XXV

1. Ingeval een koop-/aannemingsovereenkomst ter zake van een sportaccommodatie is gesloten voor 1 januari 2019 en de bouw daarvan ook voor die datum is aangevangen, vindt in afwijking van artikel 15, vierde lid, eerste zin, van de Wet op de omzetbelasting 1968 de aftrek van belasting die na 31 december 2018 ter zake van de bouw van de sportaccommodatie in rekening wordt gebracht dan wel na 31 december 2018 wordt verschuldigd, plaats overeenkomstig de bestemming van de goederen en diensten op het tijdstip waarop de koop-/aannemingsovereenkomst is gesloten. Vorenstaande zin is slechts van toepassing indien het in aftrek brengen van belasting niet mogelijk zou zijn als gevolg van de wijziging van artikel 11 van de Wet op de omzetbelasting 1968 bij artikel XXIV, onderdeel C , van deze wet.

2. Een herziening van de aftrek van belasting als bedoeld in artikel 15, vierde lid, tweede volzin, van de Wet op de omzetbelasting 1968 vindt niet plaats voor onroerende en roerende zaken die in gebruik zijn genomen na 31 december 2018 voor zover de herziening het gevolg is van de wijziging van artikel 11 van die wet bij artikel XXIV, onderdeel C , van deze wet.

3. Een herziening van de aftrek van belasting als bedoeld in artikel 15, zesde lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968 vindt niet plaats voor onroerende en roerende zaken die in gebruik zijn genomen voor zover de herziening het gevolg is van de wijziging van artikel 11 van die wet bij artikel XXIV, onderdeel C , van deze wet.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel XXVI

Wijzigt de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel XXVII

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Uitspraken over dit artikel →

Artikel XXVIII

Artikel XXVI, onderdeel C , vindt voor het eerst toepassing met betrekking tot belastingaanslagen erfbelasting ter zake van overlijdens die op of na 1 januari 2019 plaatsvinden.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel XXIX

Wijzigt de Invorderingswet 1990.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel XXX

Wijzgt de Wet op de vaste boekenprijs.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel XXXa

Wijzigt de Gemeentewet.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel XXXI

Wijzigt de Invoeringswet fiscaal stelsel BES.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel XXXII

Wijzigt de Wet maatregelen woningmarkt 2014 II.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel XXXIII

Wijzigt de Wet maatregelen woningmarkt 2014 II.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel XXXIV

Wijzigt het Belastingplan 2016.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel XXXV

1. Bij de toekenning van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 14 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen blijft op verzoek van de belanghebbende het bestanddeel van het toetsingsinkomen buiten beschouwing dat het gevolg is van de verlening van bijstand aan zelfstandigen bij of krachtens artikel 78f van de Participatiewet die eerst in de vorm van een renteloze geldlening is verstrekt en daarna is omgezet in een bedrag om niet.

2. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid kan uitsluitend betrekking hebben op tegemoetkomingen over de berekeningsjaren 2014, 2015 of 2016 en kan worden gedaan tot en met 31 december 2019.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel XXXVI

In afwijking van artikel 4.49, derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt een verlies uit aanmerkelijk belang:

dat wordt geleden in het kalenderjaar 2019 verrekend vóór verliezen uit aanmerkelijk belang die zijn of worden geleden in de kalenderjaren 2017 en 2018;

dat wordt geleden in het kalenderjaar 2020 verrekend vóór een verlies uit aanmerkelijk belang dat is of wordt geleden in het kalenderjaar 2018.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel XXXVII

1. Artikel 8.1, tweede lid, onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001 zoals die bepaling luidde op 31 december 2019, blijft van toepassing met betrekking tot de belastingplichtige die vóór 1 januari 2020 voldeed aan de voorwaarden om een uitkering ingevolge de Ziektewet te genieten voor zover de belastingplichtige zonder onderbreking een uitkering ingevolge de Ziektewet blijft genieten.

2. Artikel 22a, derde lid, onderdeel c, van de Wet op de loonbelasting 1964 zoals die bepaling luidde op 31 december 2019, blijft van toepassing met betrekking tot de belastingplichtige die vóór 1 januari 2020 voldeed aan de voorwaarden om een uitkering ingevolge de Ziektewet te genieten voor zover de belastingplichtige zonder onderbreking een uitkering ingevolge de Ziektewet blijft genieten.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel XXXVIII

Bij de toepassing van artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en artikel 22d van de Wet op de loonbelasting 1964 bij het begin van het kalenderjaar 2019 met betrekking tot het in artikel 8.11, tweede lid, eerste zin, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001 en artikel 22a, tweede lid, onderdeel b, van de Wet op de loonbelasting 1964 als tweede vermelde bedrag wordt dat bedrag berekend door het vóór toepassing van artikel I, onderdeel H, onder 1 , in artikel 8.11, tweede lid, eerste zin, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001 als tweede vermelde bedrag te vermenigvuldigen met de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 , en vervolgens te verhogen met het in artikel I, onderdeel H, onder 1, vermelde bedrag.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel XXXIX

Indien artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en artikel 22d van de Wet op de loonbelasting 1964 bij het begin van het kalenderjaar 2020 worden toegepast, wordt:

het in artikel 8.11, tweede lid, eerste zin, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001 en artikel 22a, tweede lid, onderdeel b, van de Wet op de loonbelasting 1964 als tweede vermelde bedrag berekend door het vóór toepassing van artikel II, onderdeel H, onder 1 , in artikel 8.11, tweede lid, eerste zin, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001 als tweede vermelde bedrag te vermenigvuldigen met de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 , en vervolgens te verhogen met het in artikel II, onderdeel H, onder 1, vermelde bedrag;

het in artikel 8.11, tweede lid, eerste zin, onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001 en artikel 22a, tweede lid, onderdeel c, van de Wet op de loonbelasting 1964 als tweede vermelde bedrag berekend door het in artikel 8.11, tweede lid, eerste zin, onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001 als tweede vermelde bedrag met € 259 te verminderen en vervolgens te vermenigvuldigen met de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 , waarna dat bedrag wordt verhoogd met € 259.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel XL

Indien artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 bij het begin van het kalenderjaar 2020 wordt toegepast, worden met overeenkomstige toepassing van dat artikel bij het begin van dat kalenderjaar bij ministeriële regeling eveneens gewijzigd:

de in de eerste en tweede kolom van de in artikel III, onderdelen A en B , en artikel XVI, onderdelen A en B , opgenomen tabellen vermelde bedragen;

het in artikel III, onderdeel G , en artikel XVI, onderdeel C , laatstvermelde bedrag.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel XLI

Indien artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en artikel 22d van de Wet op de loonbelasting 1964 bij het begin van het kalenderjaar 2021 worden toegepast, wordt:

het in artikel 8.11, tweede lid, eerste zin, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001 en artikel 22a, tweede lid, onderdeel b, van de Wet op de loonbelasting 1964 als tweede vermelde bedrag berekend door het vóór toepassing van artikel III, onderdeel H, onder 1 , in artikel 8.11, tweede lid, eerste zin, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001 als tweede vermelde bedrag te vermenigvuldigen met de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 , en vervolgens te verhogen met het in artikel III, onderdeel H, onder 1, vermelde bedrag.

het in artikel 8.11, tweede lid, eerste zin, onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001 en artikel 22a, tweede lid, onderdeel c, van de Wet op de loonbelasting 1964 als tweede vermelde bedrag berekend door het vóór toepassing van artikel III, onderdeel H, onder 2 , in artikel 8.11, tweede lid, eerste zin, onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001 als tweede vermelde bedrag te vermenigvuldigen met de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 , en vervolgens te verhogen met het in artikel III, onderdeel H, onder 2, vermelde bedrag.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel XLII

Na toepassing van de artikelen VI tot en met XII of XVII tot en met XXIII worden de bedragen in kolom III van de tabel in artikel 2.10, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 bij ministeriële regeling gewijzigd in de bedragen die na toepassing van die artikelen voortvloeien uit de aan het begin van de betreffende jaren in de kolommen I en II van die tabel vermelde bedragen en de in kolom IV van die tabel vermelde percentages. De eerste zin is van overeenkomstige toepassing op de bedragen in kolom III van de tabel in artikel 2.10a, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 , op de bedragen in kolom III van de tabel in artikel 20a, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 en op de bedragen in kolom III van de tabel in artikel 20b, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 .

Uitspraken over dit artikel →

Artikel XLIII

Ingeval de samenloop van wetten die in 2018 in het Staatsblad zijn of worden gepubliceerd en wijzigingen aanbrengen in een of meer belastingwetten, niet of niet juist is geregeld, of indien als gevolg van die samenloop onjuistheden ontstaan in de aanduiding van artikelen, artikelonderdelen, verwijzingen en dergelijke in de desbetreffende wetten, kunnen die wetten op dit punt bij ministeriële regeling worden gewijzigd.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel XLIV

1. Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2019, met dien verstande dat: a. artikel I, onderdelen C, D en G , eerst toepassing vindt nadat artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 bij het begin van het kalenderjaar 2019 is toegepast; b. indien artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 bij het begin van het kalenderjaar 2020 wordt toegepast: artikel IIII, onderdeel G , eerst toepassing vindt nadat genoemd artikel 10.1 bij het begin van genoemd kalenderjaar is toegepast; c. indien artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 bij het begin van het kalenderjaar 2021 wordt toegepast: artikel III, onderdeel G , eerst toepassing vindt nadat genoemd artikel 10.1 bij het begin van genoemd kalenderjaar is toegepast; d. artikel II, onderdeel A, onder 2, en onderdeel B, onder 2 , eerst toepassing vindt nadat artikel 10.2a van de Wet inkomstenbelasting 2001 bij het begin van het kalenderjaar 2020 is toegepast; e. artikel II, onderdeel D , eerst toepassing vindt nadat artikel 10.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001 bij het begin van het kalenderjaar 2020 is toegepast; f. artikel III, onderdeel D , eerst toepassing vindt nadat artikel 10.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001 bij het begin van het kalenderjaar 2021 is toegepast; g. artikel V, onderdeel A , eerst toepassing vindt nadat artikel 10.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001 bij het begin van het kalenderjaar 2023 is toegepast; h. artikel XIII, onderdelen B, C en D , eerst toepassing vindt nadat de artikelen 20a, tweede lid , 20b, tweede lid , en 22d van de Wet op de loonbelasting 1964 bij het begin van het kalenderjaar 2019 zijn toegepast; i. indien artikel 22d van de Wet op de loonbelasting 1964 bij het begin van het kalenderjaar 2020 wordt toegepast: artikel XV, onderdeel C , eerst toepassing vindt nadat genoemd artikel 22d bij het begin van genoemd kalenderjaar is toegepast; j. indien artikel 22d van de Wet op de loonbelasting 1964 bij het begin van het kalenderjaar 2021 wordt toegepast: artikel XVI, onderdeel C , eerst toepassing vindt nadat genoemd artikel 22d bij het begin van genoemd kalenderjaar is toegepast; k. artikel XXXI toepassing vindt voordat hoofdstuk II, artikel XVI, onderdeel E , en hoofdstuk III, artikel II, vierde lid, van de Invoeringswet fiscaal stelsel BES worden toegepast.

2. In afwijking van het eerste lid treedt artikel XXXVII in werking met ingang van 1 januari 2020.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel XLV

Deze wet wordt aangehaald als: Belastingplan 2019.

Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkort
Praktijkgebieden▾
Indirect
Omzetbelasting (BTW)AccijnzenMilieubelastingenDouaneKansspelbelasting
Direct
VennootschapsbelastingInkomstenbelastingDividendbelastingBronbelastingMinimumbelasting (GloBE)
Loon & inhouding
LoonbelastingOverdrachtsbelastingSchenk- en erfbelastingBPM / AutobelastingenToeslagen
Formeel & overig
Formeel rechtVerrekenprijzenStaatssteunOverig
ContactAccount
Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkortPraktijkgebieden
ContactAccount