Uitvoeringsregeling verplicht gebruik BSN
Artikel 1
1. De verplichting tot het gebruik van het burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaalnummer geldt voor: a. de inhoudingsplichtige bij de toepassing van regels over stagevergoedingen; b. de inlener en de aannemer bij de toepassing van de regels die van belang zijn voor de vaststelling van de hoogte van hun aansprakelijkheid; c. de naamloze vennootschap en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid bij de toepassing van de regeling voor geruisloze terugkeer; d. de belastingplichtige bij de toepassing van de persoonsgebonden aftrek ter zake van uitgaven voor onderhoudsverplichtingen als bedoeld in artikel 6.1, tweede lid, onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001 .
2. Indien de belastingplichtige, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, niet beschikt over het burgerservicenummer, en ook niet over het sociaal-fiscaalnummer, van degene ten aanzien van wie hij de onderhoudsverplichting, bedoeld in artikel 6.1, tweede lid, onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001 , heeft, dient hij ten minste naam en geboortedatum zoals vermeld in het paspoort of de officiële identiteitskaart, en zo mogelijk aangevuld met het adres, van die persoon te verstrekken.
Artikel 2
De regeling van de Staatssecretaris van Financiën van 29 mei 2009 houdende Uitvoeringsregeling verplicht gebruik burgerservicenummer in beleidsregels van de rijksbelastingdienst ( Stcrt. 2009, 107 ) wordt ingetrokken.
Artikel 3
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.
Artikel 4
Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling verplicht gebruik BSN.
