← Terug naar wetgeving
RegelingNL

Uitvoeringsregeling afdrachtvermindering onderwijs

Laatst gewijzigd: 29 januari 2016
Geconsolideerde brontekst ter informatie; aan deze weergave kunnen geen rechten worden ontleend. Raadpleeg de officiële versie op wetten.overheid.nl.
Open officiële versie ↗Ontwikkelingen in de feed →
Uitspraken over dit artikel →

Artikel 1 — Begripsbepaling

In deze regeling wordt verstaan onder:

minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur, en Wetenschap;

wet: de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen ;

MBO-opleiding: een opleiding op het niveau van een beroepsopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs ;

HBO-opleiding: een niet-voltijdse initiële opleiding op het niveau van hoger beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel d, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek ;

wetenschapsgebieden: de wetenschapsgebieden die worden onderscheiden in het hoger onderwijs en onderzoek, te weten: landbouw, natuur, techniek, gezondheid, economie, recht, gedrag & maatschappij, taal & cultuur en divers.

KNAW: de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen;

NWO: de Nederlandse Organisatie van Wetenschappelijk Onderzoek;

universiteit: een bekostigde universiteit als bedoeld in de onderdelen a en b, van de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek ;

verklaring: een verklaring als bedoeld in artikel 14a, eerste lid, van de wet , inzake de vergelijkbaarheid van het niveau en kwaliteit van een opleiding, die een werknemer volgt in een andere lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, tot een MBO- of HBO-opleiding.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 2 — Aanvraag verklaring

1. De minister verstrekt een verklaring op aanvraag van de inhoudingsplichtige.

2. Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het aanvraagformulier, opgenomen in de bijlage bij deze regeling.

3. Een aanvraag inzake de vergelijking van een buitenlandse opleiding met een MBO-opleiding respectievelijk een HBO-opleiding geeft in ieder geval inzicht in de vooropleiding die toegang geeft tot de opleiding.

4. Een aanvraag inzake de vergelijking van een buitenlandse opleiding met een MBO-opleiding geeft daarnaast in ieder geval inzicht in: a. het vakkenpakket waaruit de opleiding bestaat; b. de hoeveelheid lesuren waaruit de opleiding is opgebouwd; en c. het aandeel van de beroepspraktijkvorming, als onderdeel van de opleiding.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 3 — Gelijkwaardigheid buitenlandse opleidingen

De minister beoordeelt een buitenlandse opleiding als gelijkwaardig aan een Nederlandse opleiding op het niveau van een MBO-, respectievelijk HBO-opleiding, indien de buitenlandse opleiding in dat land is erkend en het niveau vergelijkbaar is met een Nederlandse opleiding.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 4 — Vermelding ingangsdatum afdrachtvermindering

De minister vermeldt in de verklaring de datum, bedoeld in artikel 14a, vijfde lid, van de wet .

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 5 — Aanwijzing instanties belast met het verschaffen van inlichtingen

De colleges van bestuur van de universiteiten, het algemeen bestuur van NWO en het algemeen bestuur van de KNAW zijn belast met het verschaffen van inlichtingen ten behoeve van het verkrijgen van inzicht in de werking van hoofdstuk 5 van de wet .

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 6 — Soort inlichtingen

1. Het college van bestuur van een universiteit verstrekt voor 1 juli van elk kalenderjaar met betrekking tot de werknemer die op 31 december van het daaraan voorafgaande kalenderjaar is aangesteld als assistent in opleiding of promovendus bij een universiteit als bedoeld in artikel 14, eerste lid onderdeel b, van de wet , onderscheidenlijk een privaatrechtelijke rechtspersoon of de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO), bedoeld in artikel 14 eerste lid onderdeel c, van de wet, de navolgende inlichtingen: a. de naam van de universiteit; b. binnen welke van de wetenschapsgebieden betrokkene onderzoek verricht; c. het geslacht van betrokkene; d. het soort bedrijf ten behoeve waarvan betrokkene onderzoek verricht.

2. Het algemeen bestuur van NWO en het algemeen bestuur van de KNAW verstrekken elk voor 1 juli van elk kalenderjaar met betrekking tot de werknemer die op 31 december van het daaraan voorafgaande kalenderjaar als onderzoeker in opleiding in dienst is bij NWO onderscheidenlijk bij de KNAW, of als onderzoeker in opleiding in dienst is van een onder deze organisaties ressorterende onderzoekinstelling, als bedoeld in artikel 14 eerste lid onderdeel b, van de wet , aan de minister de navolgende inlichtingen: a. de naam van de universiteit bij welke betrokkene voornemens is te promoveren; b. binnen welke van de wetenschapsgebieden betrokkene onderzoek verricht; c. het geslacht van betrokkene; d. het soort bedrijf ten behoeve waarvan betrokkene onderzoek verricht.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 7 — Intrekking regeling

De Regeling monitoring fiscale faciliteit wetenschappelijk onderzoek wordt ingetrokken.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 8 — Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2012.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 9 — Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling afdrachtvermindering onderwijs.

Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkort
Praktijkgebieden▾
Indirect
Omzetbelasting (BTW)AccijnzenMilieubelastingenDouaneKansspelbelasting
Direct
VennootschapsbelastingInkomstenbelastingDividendbelastingBronbelastingMinimumbelasting (GloBE)
Loon & inhouding
LoonbelastingOverdrachtsbelastingSchenk- en erfbelastingBPM / AutobelastingenToeslagen
Formeel & overig
Formeel rechtVerrekenprijzenStaatssteunOverig
ContactAccount
Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkortPraktijkgebieden
ContactAccount