← Terug naar wetgeving
BesluitNLOverdrachtsbelasting

Overdrachtsbelasting, ondernemingsfaciliteiten

Laatst gewijzigd: 15 januari 2016
Geconsolideerde brontekst ter informatie; aan deze weergave kunnen geen rechten worden ontleend. Raadpleeg de officiële versie op wetten.overheid.nl.
Open officiële versie ↗Ontwikkelingen in de feed →

Overdrachtsbelasting, ondernemingsfaciliteiten 2010 15350 05-10-2010 27-09-2010 DGB2010/1004M 2010 15350 05-10-2010 27-09-2010 DGB2010/1004M 06-10-2010 01-01-2010 01-01-2010 Stcrt. 2010, 15350, datum inwerkingtreding 06-10-2010, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit citeertitel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2010. Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Per 1 januari 2010 is een tijdelijke vrijstelling van overdrachtsbelasting in de wet opgenomen voor de inbreng van een onroerende zaak en de rechtstreeks daarmee samenhangende schulden in een BV indien de onroerende zaak behoort tot een werkzaamheid in de zin van artikel 3.92, eerste lid van de Wet inkomstenbelasting 2001 ( artikel 15, eerste lid, onderdeel z, van de WBR ).

Aan deze vrijstelling is een aantal voorwaarden verbonden. Als aan één of meer van deze voorwaarden niet wordt voldaan, is de ter zake van de inbreng niet geheven belasting alsnog verschuldigd. Dit laatste acht ik niet in elke situatie wenselijk. Om die reden gelden onder voorwaarden de volgende twee goedkeuringen. Deze goedkeuringen gelden vanaf 1 januari 2010.

12.1 Vervreemding belang De belasting die niet is geheven ter zake van de inbreng is alsnog verschuldigd, indien de inbrenger binnen drie jaren na de inbreng niet meer het gehele of nagenoeg gehele belang heeft in de vennootschap waarin is ingebracht.

Ik keur onder voorwaarde goed dat deze bepaling buiten toepassing blijft in de volgende gevallen:

een vervreemding van het belang in het kader van een splitsing als bedoeld in artikel 5c van het UBBR ; of

een vervreemding van het belang doordat ten minste 75 procent van de aandelen van de vennootschap waarin is ingebracht, wordt verkregen door een andere vennootschap tegen toekenning van eigen aandelen aan de inbrenger.

Door de hierboven genoemde opvolgende transacties wordt het belang van de inbrenger in de vennootschap waarin met toepassing van de vrijstelling is ingebracht vervangen door een belang in een andere vennootschap. De goedkeuring geldt onder de voorwaarde dat dit nieuw verkregen belang gedurende de resterende periode behouden blijft. Onder resterende periode wordt verstaan het gedeelte van de periode genoemd in artikel 15, eerste lid, onderdeel z, van de WBR dat op het tijdstip van de vervreemding van het belang nog niet is verstreken.

2010 15350 05-10-2010 27-09-2010 DGB2010/1004M 2010 15350 05-10-2010 27-09-2010 DGB2010/1004M 06-10-2010 01-01-2010 01-01-2010 Stcrt. 2010, 15350, datum inwerkingtreding 06-10-2010, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van deze circulaire.divisie. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2010. 12.2 Vervreemding onroerende zaak De belasting die niet is geheven ter zake van de inbreng is alsnog verschuldigd, indien de vennootschap gedurende een periode van drie jaren na de inbreng op enig tijdstip niet meer in het bezit is van de ingebrachte onroerende zaak.

Ik keur onder voorwaarde goed dat deze bepaling buiten toepassing blijft in geval van een vervreemding van de onroerende zaak in het kader van een fusie als bedoeld in artikel 5a , een interne reorganisatie als bedoeld in artikel 5b , dan wel een splitsing als bedoeld in artikel 5c van het UBBR .

De goedkeuring geldt onder de voorwaarde dat de verkrijger gedurende de resterende periode van drie jaren in bezit blijft van de aan hem vervreemde onroerende zaak. Onder resterende periode wordt verstaan het gedeelte van de periode genoemd in artikel 15, eerste lid, onderdeel z, van de WBR dat op het tijdstip van de vervreemding van de onroerende zaak nog niet is verstreken.

2010 15350 05-10-2010 27-09-2010 DGB2010/1004M 2010 15350 05-10-2010 27-09-2010 DGB2010/1004M 06-10-2010 01-01-2010 01-01-2010 Stcrt. 2010, 15350, datum inwerkingtreding 06-10-2010, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van deze circulaire.divisie. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2010. 2010 15350 05-10-2010 27-09-2010 DGB2010/1004M 2010 15350 05-10-2010 27-09-2010 DGB2010/1004M 06-10-2010 01-01-2010 01-01-2010 Stcrt. 2010, 15350, datum inwerkingtreding 06-10-2010, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van deze circulaire.divisie. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2010. 13 Voorbehoud aan goedkeuringen 14 Ingetrokken regelingen 15 Inwerkingtreding Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkort
Praktijkgebieden▾
Indirect
Omzetbelasting (BTW)AccijnzenMilieubelastingenDouaneKansspelbelasting
Direct
VennootschapsbelastingInkomstenbelastingDividendbelastingBronbelastingMinimumbelasting (GloBE)
Loon & inhouding
LoonbelastingOverdrachtsbelastingSchenk- en erfbelastingBPM / AutobelastingenToeslagen
Formeel & overig
Formeel rechtVerrekenprijzenStaatssteunOverig
ContactAccount
Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkortPraktijkgebieden
ContactAccount