← Terug naar wetgeving
RegelingNL

Uitvoeringsregeling strategische goederen

Laatst gewijzigd: 27 januari 2016
Geconsolideerde brontekst ter informatie; aan deze weergave kunnen geen rechten worden ontleend. Raadpleeg de officiële versie op wetten.overheid.nl.
Open officiële versie ↗Ontwikkelingen in de feed →
Uitspraken over dit artikel →

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

de Minister: de Minister van Economische Zaken;

besluit: het Besluit strategische goederen ;

AFCENT-hoofdkwartier: het te Brunssum gevestigde hoofdkwartier, bedoeld in de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Algemeen Hoofdkwartier van de Geallieerde Mogendheden in Europa inzake de bijzondere voorwaarden, die toepasselijk zijn op de vestiging en het functioneren van internationale militaire hoofdkwartieren binnen het Europese grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden (Trb. 1964, 131);

beschikkingsbevoegde: een exporteur als bedoeld in artikel 2, onder c, van verordening 1334/2000 met dien verstande dat voor een bestemming buiten het douanegebied van de Gemeenschap een bestemming buiten Nederland wordt gelezen;

de inspecteur: de voorzitter van het managementteam van de Douane Noord;

ERA: het Europees Ruimte Agentschap in Noordwijk, opgericht bij het Verdrag tot oprichting van het Europees Ruimte Agentschap (Trb. 1990, 43);

N.A.V.O.-krijgsmacht: de krijgsmacht van een vreemde mogendheid, die partij is bij het Noord-Atlantisch Verdrag (Stb. J 355).

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene Douanewet in werking treedt.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 2

Als militaire goederen worden aangewezen:

de militaire goederen, opgenomen in de Gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen, door de Raad aangenomen op 10 maart 2008 (2008/C 98/01), en

de goederen, bedoeld in artikel 3 van de Uitvoeringswet verdrag chemische wapens .

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene Douanewet in werking treedt.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 3

Artikel 6, eerste lid, van het besluit is niet van toepassing voor de uit- en doorvoer van:

militaire goederen door of ten behoeve van de Nederlandse krijgsmacht;

militaire goederen door of ten behoeve van NAVO-krijgsmachten, het AFCENT-hoofdkwartier of het ERA;

militaire voertuigen, eigendom van of in gebruik bij een krijgsmacht ten behoeve van de bunkering van die voertuigen, of ter gelegenheid van evenementen als staats- of beleefdheidsbezoeken, vlootschouwen of luchtvaartmanifestaties.

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene Douanewet in werking treedt.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 4

1. De melding inzake de uitvoer uit Nederland of de doorvoer door Nederland van militaire goederen, waarvoor geen vergunning is vereist op grond van het bij of krachtens het besluit bepaalde, vindt plaats bij de inspecteur.

2. De melding wordt schriftelijk gedaan door de beschikkingsbevoegde, door degene die voor hem de douaneformaliteiten bij de uitvoer of de doorvoer verricht, of, indien geen douaneformaliteiten worden verricht, door de persoon die de goederen vervoert.

3. De melding bevat in ieder geval: a. het land van bestemming; b. de naam van de ontvanger van de goederen; c. alle gegevens die noodzakelijk zijn om de goederen waarop de melding betrekking heeft en de plaats waar zij zich bevinden ten tijde van de melding te kunnen identificeren.

4. De inspecteur kan een beschikkingsbevoegde schriftelijk toestemming geven om meldingen anders dan schriftelijk te doen.

5. De melding wordt gedaan voor de inlading in het uitgaande vervoermiddel dan wel voor vertrek indien de goederen uitgaan met hetzelfde vervoermiddel waarmee zij zijn binnengekomen.

6. Een aanvraag ter verkrijging van een consent tot binnenkomen, bedoeld in artikel 14 van de Wet wapens en munitie , geldt als een melding inzake de doorvoer door Nederland, bedoeld in het eerste lid.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 5

Geen melding is vereist van:

de doorvoer van goederen die zonder aanlanding worden vervoerd door de territoriale wateren, of door het luchtruim van Nederland, en

de militaire goederen, bedoeld in artikel 3 .

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene Douanewet in werking treedt.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 6

1. Vergunningen worden schriftelijk aangevraagd bij de inspecteur met gebruikmaking van daartoe bestemde formulieren.

2. Vergunningen worden aangevraagd door of namens de beschikkingsbevoegde, door degene die voor hem de douaneformaliteiten bij de uitvoer of de doorvoer verricht, of, indien geen douaneformaliteiten worden verricht, door de persoon die de goederen vervoert.

3. In Nederland gevestigde exporteurs dienen aanvragen ter verkrijging van een vergunning, bedoeld in artikel 3 van verordening 1334/2000 , in bij de inspecteur ook al bevinden de goederen zich op het grondgebied van een andere lidstaat.

4. Een vergunning voor militaire goederen kan betrekking hebben op meegeleverde reserveonderdelen en toebehoren, voor zover deze worden geleverd uit hoofde van dezelfde overeenkomst die betrekking heeft op de levering van de militaire goederen waarvoor de vergunning is verleend.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 7

1. Aan een vergunning kunnen ten minste de volgende voorschriften worden verbonden: a. de goederen, waarop de vergunning betrekking heeft, worden binnen een bij de vergunning te bepalen termijn wederingevoerd, welke wederinvoer wordt aangetoond binnen een maand na de wederinvoer; b. bij elke uitvoer of doorvoer die met de vergunning wordt verricht wordt een factuur ingezonden aan de inspecteur. Deze factuur bevat de volgende gegevens: 1°. het nummer van de vergunning; 2°. naam en adres van de ontvanger; 3°. een omschrijving van de uit- of door te voeren goederen, met inbegrip van het postnummer waarmee de desbetreffende goederen zijn aangeduid in de bijlage bij deze regeling; 4°. de hoeveelheid en de waarde; c. door middel van een internationaal importcertificaat wordt zeker gesteld dat de goederen op hun bestemming zijn aangekomen.

2. Een vergunning waarvan geen gebruik zal of kan worden gemaakt wordt onder opgave van redenen terstond ingezonden aan de inspecteur.

3. De inspecteur kan bij de vergunningaanvraag verzoeken om: a. de overeenkomst die ten grondslag ligt aan de betreffende uit- of doorvoer; b. een verklaring betreffende het eindgebruik.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 8

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling strategische goederen.

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene Douanewet in werking treedt.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 9

Deze regeling treedt in werking op het moment dat de wet in werking treedt.

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene Douanewet in werking treedt.

Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkort
Praktijkgebieden▾
Indirect
Omzetbelasting (BTW)AccijnzenMilieubelastingenDouaneKansspelbelasting
Direct
VennootschapsbelastingInkomstenbelastingDividendbelastingBronbelastingMinimumbelasting (GloBE)
Loon & inhouding
LoonbelastingOverdrachtsbelastingSchenk- en erfbelastingBPM / AutobelastingenToeslagen
Formeel & overig
Formeel rechtVerrekenprijzenStaatssteunOverig
ContactAccount
Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkortPraktijkgebieden
ContactAccount