Art. 99 Adw
Wettekst
Artikel 9:9
1. Als degene aan wie het verzuim of het vergrijp te wijten is, is overleden, wordt aan hem geen boete opgelegd.
2. Indien een boete op het tijdstip van het overlijden van degene aan wie het verzuim of het vergrijp te wijten is niet onherroepelijk vaststaat, vernietigt de inspecteur de beschikking waarbij de boete is opgelegd op verzoek van een belanghebbende bij beschikking.
3. Indien een boete op het tijdstip van het overlijden van degene aan wie het verzuim of het vergrijp te wijten is onherroepelijk vaststaat, maar nog niet of niet volledig is betaald, verlaagt de inspecteur op verzoek van een belanghebbende de boete tot het op dat tijdstip betaalde bedrag bij beschikking.
4. Het verzoek, bedoeld in het tweede, onderscheidenlijk derde lid, wordt ingediend binnen vijf jaren nadat degene aan wie het verzuim of het vergrijp te wijten is, is overleden.
Jurisprudentie
Nog geen gepubliceerde uitspraken over art. 99.
