Art. 108 Adw
Wettekst
Artikel 10:8
1. Degene die een tot stand gebrachte identificatiemaatregel met betrekking tot een vervoermiddel, bergingsmiddel, verpakkingsmiddel, goederen, werktuig, leiding, gebouw of terrein, of deel daarvan, in strijd met de douanewetgeving schendt, wordt gestraft met geldboete van de derde categorie.
2. Degene die een van de in het eerste lid omschreven feiten opzettelijk begaat, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.
3. Degene die, nadat hij door de inspecteur in kennis is gesteld van diens voornemen om een identificatiemaatregel als bedoeld in het eerste lid tot stand te brengen, er geen zorg voor draagt dat de inspecteur deze maatregel op een deugdelijke wijze tot stand kan brengen, alsmede degene die, behoudens indien zich al dan niet in het kader van een douaneregeling gevallen voordoen als bedoeld in artikel 72, tweede lid, van het Communautair douanewetboek, er geen zorg voor draagt dat de door de inspecteur tot stand gebrachte identificatiemaatregel in stand blijft, wordt gestraft met geldboete van de derde categorie.
4. Degene die anders dan als inspecteur bevoegd is om een identificatiemaatregel tot stand te brengen en er geen zorg voor draagt dat de maatregel op een deugdelijke wijze tot stand wordt gebracht, wordt gestraft met geldboete van de derde categorie.
5. Ten aanzien van de in het derde en in het vierde lid omschreven feiten kan voor de betrokkene niet het bestaan van overmacht worden aangenomen, indien hij niet onverwijld nadat hem bekend is geworden dat een identificatiemaatregel niet op deugdelijke wijze is tot stand gebracht of een identificatiemaatregel niet in stand is gebleven, daarvan aan de inspecteur mededeling doet.
Jurisprudentie
Nog geen gepubliceerde uitspraken over art. 108.
