Leidraad BPM 2006
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Uitgangspunt voor de berekening van de BPM is de netto catalogusprijs van de bestelauto. Volgens artikel 9, negende lid, van de wet , behoort tot de catalogusprijs echter alleen de waarde van de voorzieningen die zijn aangebracht door of namens de fabrikant of de importeur. De waarde van andere voorzieningen behoort niet tot de catalogusprijs (zie paragraaf 6.5 ).
Voor bestelauto’s in een bijzondere uitvoering, die veelal op basis van een zogenoemde chassiscabine naar de specifieke wensen van de klant worden aangepast, is in de uiteindelijke uitvoering niet altijd een catalogusprijs bekend. Volgens de wet moet de catalogusprijs dan door vergelijking worden bepaald. Goedgekeurd is echter, dat voor bestelauto’s van het type chassiscabine, die naar de specifieke wensen van de gebruiker worden aangepast of ingericht, de kosten van specifieke aanpassingen ten behoeve van het bedrijfsmatige gebruik buiten de maatstaf van heffing kunnen blijven.
Dit betekent dat de catalogusprijs van een chassiscabine of een bestelauto met specifieke voorzieningen op de volgende wijze kan worden vastgesteld.
De waarde van voorzieningen die niet zijn aangebracht door of namens de fabrikant of de importeur behoort niet tot de catalogusprijs.
De waarde van voorzieningen die zijn aangebracht door of namens de fabrikant of de importeur behoort tot de catalogusprijs, tenzij het gaat om voorzieningen die zijn aangebracht in of aan de laadruimte, of, als geen laadruimte aanwezig is, op of aan het chassis. Als deze voorzieningen ten dienste staan aan het vervoer van personen in de cabine (airco, geluidsinstallatie, routeplanner e.d.) wordt de waarde daarvan echter wel in de maatstaf van heffing betrokken.
