← Terug naar wetgeving
BesluitNLOverdrachtsbelasting

Overdrachtsbelasting, uitgezonderde verkrijgingen

Laatst gewijzigd: 15 januari 2016
Geconsolideerde brontekst ter informatie; aan deze weergave kunnen geen rechten worden ontleend. Raadpleeg de officiële versie op wetten.overheid.nl.
Open officiële versie ↗Ontwikkelingen in de feed →

De Minister van Financiën heeft het volgende besloten:

Dit besluit is een samenvoeging en actualisering van het besluit van 4 mei 1949, nr.54 en het besluit van 15 juli 1963, nr. D3/3325. Met dit besluit wordt geen beleidswijziging beoogd. De genoemde besluiten worden ingetrokken.

WBR: Wet op belastingen van rechtsverkeer

BW: Burgerlijk Wetboek

Voor de overdrachtsbelasting wordt een aantal vormen van verkrijging van onroerende zaken uitgezonderd voor de heffing. Niet als verkrijgingen worden onder andere aangemerkt die krachtens erfrecht en die krachtens verdeling van een nalatenschap ( artikel 3, eerste lid, onderdelen a en b, van de WBR ).

Als een erflater bij testament een onroerende zaak heeft gelegateerd, dan is de legataris bij de afgifte van dit legaat geen overdrachtsbelasting verschuldigd. Het is mogelijk dat een erflater aan iemand een bedrag in geld heeft gelegateerd. Bij de afgifte van het legaat kunnen de erfgenamen en de legataris vervolgens overeenkomen dat aan de legataris niet een bedrag in geld maar een onroerende zaak wordt afgegeven. Er is dan sprake van een inbetalinggeving ( artikel 6:45 van het BW ). De legataris neemt genoegen met een andere zaak dan het aan hem gelegateerde. Hij heeft de onroerende zaak dan niet krachtens erfrecht verkregen en is ter zake van zijn verkrijging overdrachtsbelasting verschuldigd.

Onder het tot 1 januari 2003 geldende erfrecht was het mogelijk om bij testament een ouderlijke boedelverdeling te maken ( artikel 4:1167 van het BW oud ). De erfgenamen konden dan bij de verdeling van de boedel niet afwijken van de bepalingen in het testament ( artikel 4:1170 van het BW oud ). Wel bestond voor hen de mogelijkheid om in onderling overleg de nalatenschap op andere wijze te verdelen.

Een testament met ouderlijke boedelverdeling is onder het erfrecht vanaf 1 januari 2003 niet meer mogelijk. De op 1 januari 2003 reeds bestaande testamenten worden op grond van het overgangsrecht geëerbiedigd. Ook kunnen er nog onverdeelde nalatenschappen zijn welke onder het oude erfrecht zijn opengevallen. Voor zover deze nalatenschappen worden verdeeld in afwijking van ouderlijke boedelverdeling, is er geen sprake van een verdeling in de zin van artikel 3 van de WBR . Over de verkrijging van een onroerende zaak is dan overdrachtsbelasting verschuldigd.

De volgende besluiten zijn ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit:

4 mei 1949, nr. 54

15 juli 1963, nr. D3/3325

21 april 1972, nr. B72/5399, laatstelijk gewijzigd op 18 juli 1991, nr. VB91/1044, § 12 t/m 14 en § 20

6 september 1978, nr. 278-9325

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkort
Praktijkgebieden▾
Indirect
Omzetbelasting (BTW)AccijnzenMilieubelastingenDouaneKansspelbelasting
Direct
VennootschapsbelastingInkomstenbelastingDividendbelastingBronbelastingMinimumbelasting (GloBE)
Loon & inhouding
LoonbelastingOverdrachtsbelastingSchenk- en erfbelastingBPM / AutobelastingenToeslagen
Formeel & overig
Formeel rechtVerrekenprijzenStaatssteunOverig
ContactAccount
Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkortPraktijkgebieden
ContactAccount