Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling
Artikel I
Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.
De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel II
Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.
De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel III
Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.
De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel IV
Wijzigt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel V
Wijzigt de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel VI
Wijzigt de Wet arbeid en zorg.
De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel VII
Wijzigt de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds.
De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel VIII
Wijzigt de Pensioen- en spaarfondsenwet.
De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel IX
Wijzigt de Wet werk en bijstand.
De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel X
Wijzigt de Wijzigingswet Wet inkomstenbelasting 2001, enz. (Belastingplan 2003 Deel I).
De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel XI
Wijzigt de Wet verplichte beroepspensioenregeling.
De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel XII
Wijzigt de Pensioen- en spaarfondsenwet.
De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel XIII
A. Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.
B. Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.
C. Voorzover een egalisatiereserve als bedoeld in artikel 3.53, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001 of een voorziening samenhangt met een regeling voor vervroegde uittreding waarop artikel 38c van de Wet op de loonbelasting 1964 van toepassing is, blijft artikel 8, zevende lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 buiten toepassing.
D. In afwijking in zoverre van artikel 19g, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 , zoals dat artikel op 1 januari 2006 luidt, kunnen voor werknemers die op 31 december 2005 de leeftijd van 51 jaar maar niet de leeftijd van 56 jaar hebben bereikt, in het kalenderjaar meer aanspraken ontstaan dan overeenkomt met 12 procent van het loon van het jaar, voorzover de totale aanspraken aan het einde van het kalenderjaar door de in het kalenderjaar opgebouwde aanspraken een periode van extra verlof van 2,1 jaar niet te boven gaan.
E. In afwijking in zoverre van artikel 19g, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 , zoals dat artikel op 1 januari 2006 luidt, kunnen voor werknemers die met toepassing van artikel 32, vierde lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet prepensioenaanspraken afkopen en deze afkoop aanwenden voor het opbouwen van een voorziening ingevolge een levensloopregeling, in het kalenderjaar meer aanspraken ontstaan dan overeenkomt met 12 procent van het loon van het jaar, voorzover de totale aanspraken aan het einde van het kalenderjaar door de in het kalenderjaar opgebouwde aanspraken een periode van extra verlof van 2,1 jaar niet te boven gaan.
Artikel XIV
Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zendt in overeenstemming met Onze Minister van Financiën binnen vier jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten in de praktijk van de levensloopregeling, bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964 , en de ouderschapsverlofkorting, bedoeld in artikel 8.14b van de Wet inkomstenbelasting 2001 .
De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel XV
Deze wet wordt aangehaald als: Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling.
De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel XVI
1. Onder toepassing van artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet treedt deze wet in werking met ingang van 1 januari 2005.
2. Artikel 10, vierde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 , zoals dat komt te luiden ingevolge artikel I, onderdeel A , werkt terug tot en met 16 september 2004 voor uitkeringen die worden genoten als gevolg van afkoop, vervreemding of het formeel of feitelijk onderwerp van zekerheid worden van de aanspraak, anders dan ten behoeve van uitstel van betaling op grond van artikel 25, vijfde lid, van de Invorderingswet 1990 .
