← Terug naar wetgeving
RegelingNL

Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003

Laatst gewijzigd: 21 januari 2016
Geconsolideerde brontekst ter informatie; aan deze weergave kunnen geen rechten worden ontleend. Raadpleeg de officiële versie op wetten.overheid.nl.
Open officiële versie ↗Ontwikkelingen in de feed →
Uitspraken over dit artikel →

Artikel 1

Deze regeling berust op de artikelen 2, derde lid, onderdeel b, en vierde lid , 3, tweede lid , 53, tweede lid , 56 en 84 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen , de artikelen 4, tweede lid , 15, tweede lid , en 18 van de Douanewet en de artikelen 2, eerste lid, onderdeel i , 5, tweede lid , en 63a van de Invorderingswet 1990 .

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 2

1. Er is een rijksbelastingdienst onder de naam Belastingdienst. Deze dienst is belast met de heffing en invordering van rijksbelastingen en met andere bij of krachtens de wet opgedragen taken.

2. De Belastingdienst staat onder het gezag van de Minister van Financiën.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 3

1. De organisatie van de Belastingdienst bestaat uit de volgende onderdelen: a. - Belastingdienst/Noord; - Belastingdienst/Oost; - Belastingdienst/Randmeren; - Belastingdienst/Rivierenland; - Belastingdienst/Utrecht-Gooi; - Belastingdienst/Amsterdam; - Belastingdienst/Holland Noord; - Belastingdienst/Haaglanden; - Belastingdienst/Holland Midden; - Belastingdienst/Rijnmond; - Belastingdienst/Zuidwest; - Belastingdienst/Oost-Brabant; - Belastingdienst/Limburg; b. - Belastingdienst/Douane Noord; - Belastingdienst/Douane West; - Belastingdienst/Douane Rotterdam; - Belastingdienst/Douane Zuid; c. - Belastingdienst/Centrale administratie (B/CA); - Belastingdienst/Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst - Economische controledienst (FIOD-ECD); d. - Belastingdienst/Centrum voor informatie- en communicatietechnologie (B/CICT); - Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling (B/CPP); - Belastingdienst/Centrum voor facilitaire dienstverlening (B/CFD); - Belastingdienst/Centrum voor kennis en communicatie (B/CKC); e. - Interne accountantsdienst Belastingen (IAB); - Centrale dienst voor in- en uitvoer (CDIU); - Douane informatiecentrum (DIC); - Laboratorium.

2. De in het eerste lid, onderdeel a, genoemde organisatieonderdelen zijn belast met de heffing en invordering van rijksbelastingen, andere dan bedoeld in het derde en vierde lid.

3. De in het eerste lid, onderdeel b, genoemde organisatieonderdelen zijn belast met de heffing en invordering van: a. de rechten bij invoer en de rechten bij uitvoer; b. de accijnzen; c. de omzetbelasting, indien artikel 7, zesde lid , artikel 17h, tweede of derde lid , of artikel 28 van de Wet op de omzetbelasting 1968 toepassing vindt, alsmede de omzetbelasting bij invoer, tenzij artikel 23 van de Wet op de omzetbelasting 1968 toepassing vindt; d. de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van pruimtabak en snuiftabak; e. de brandstoffenbelasting en de regulerende energiebelasting, voorzover deze worden geheven van producten die worden aangemerkt als minerale oliën in de zin van artikel 25 van de Wet op de accijns ; f. de belasting van personenauto's en motorrijwielen, tenzij de belasting wordt voldaan door de vergunninghouder, bedoeld in artikel 8 van de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 , of teruggaaf op verzoek wordt verleend.

4. De B/CA is belast met de heffing en invordering van de motorrijtuigenbelasting en de belasting zware motorrijtuigen.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 4

1. De Belastingdienst staat onder leiding van de directeur-generaal Belastingdienst, bijgestaan door een managementteam (het managementteam Belastingdienst).

2. De organisatieonderdelen, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdelen a tot en met d , staan elk onder leiding van een managementteam met een voorzitter.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 5

De voorzitters van de managementteams van de in artikel 3, eerste lid, onderdelen a en b , genoemde organisatieonderdelen zijn inspecteur en ontvanger als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990 .

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 6

1. De voorzitter van het managementteam van de B/CA is inspecteur en ontvanger als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990 , voorzover het de heffing en invordering betreft van de motorrijtuigenbelasting en de belasting zware motorrijtuigen alsmede voorzover het betreft de uitvoering van artikel 53, tweede en derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de uitvoering van artikel 35a van de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 , zoals dit luidde op 31 december 2002.

2. De voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Rijnmond is inspecteur en ontvanger als bedoeld in artikel 54, eerste lid, onderdelen f en g, van de Mijnbouwwet .

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 7

De voorzitters van de managementteams van de in artikel 3, eerste lid, onderdelen a en b , genoemde organisatieonderdelen zijn gezamenlijk directeur als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990 .

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 8

De voorzitters van de managementteams van de in artikel 3, eerste lid, onderdelen a, b en c , genoemde organisatieonderdelen oefenen het bestuur van 's Rijks belastingen uit. De voorzitters kunnen ambtenaren aanwijzen die namens hen de bevoegdheden van het bestuur van 's Rijks belastingen uitoefenen.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 9

1. De voorzitters van de managementteams van de in artikel 3, eerste lid, onderdelen a en b , genoemde organisatieonderdelen en de voorzitter van het managementteam van de B/CA zijn ambtenaar als bedoeld in artikel 84 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (contactambtenaar).

2. De voorzitters van de managementteams van de in artikel 3, eerste lid, onderdeel b , genoemde organisatieonderdelen zijn inspecteur bevoegd tot het geven van een machtiging, als bedoeld in artikel 2 van de Algemene wet op het binnentreden , voor het binnentreden in een woning die zich bevindt in of op een uit zee binnenkomend of ter zee uitgaand vervoermiddel.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 10

1. De verplichtingen die ingevolge de artikelen 47 , 47a , 48 , 49 , 50 , 53 en 55 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen bestaan jegens de inspecteur, gelden mede jegens de voorzitter van het managementteam van de B/CA alsmede jegens de door deze voorzitter aangewezen ambtenaren van de Belastingdienst.

2. De verplichtingen die ingevolge de artikelen 47 , 47a , 48 , 49 , 50 , 53 en 55 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de artikelen 58 , 59 , 60 en 62 van de Invorderingswet 1990 en artikel 9 van de Douanewet bestaan jegens de inspecteur en de ontvanger, gelden mede jegens de voorzitter van het managementteam van de FIOD-ECD alsmede jegens de door deze voorzitter aangewezen ambtenaren van de Belastingdienst.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 11

1. De woonplaats van een natuurlijk persoon dan wel de vestigingsplaats van een lichaam of een entiteit bepaalt, met inachtneming van de indeling opgenomen in de bijlage bij deze regeling en in samenhang met de taakverdeling, omschreven in artikel 3, tweede en derde lid , onder welke inspecteur of ontvanger de natuurlijk persoon, het lichaam of de entiteit ressorteert, tenzij in dit hoofdstuk dan wel op grond van het vierde lid anders is bepaald.

2. Voor het verrichten van rechtshandelingen op grond van wettelijke bepalingen in de zin van artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van de Douanewet met betrekking tot goederen die zich onder douanetoezicht bevinden of onder douanetoezicht geplaatst moeten worden, bepaalt de plaats waar de goederen zich bevinden, met inachtneming van de indeling opgenomen in de bijlage bij deze regeling en in samenhang met de taakverdeling, omschreven in artikel 3, tweede en derde lid , onder welke inspecteur een belanghebbende ressorteert, tenzij in dit hoofdstuk of op grond van het vierde lid anders is bepaald dan wel door de inspecteur is toegestaan dat het eerste lid van toepassing is.

3. De voorzitter van een managementteam van een in artikel 3, eerste lid, onderdelen a en b , genoemd organisatieonderdeel kan voor de toepassing van deze regeling namens de directeur, bedoeld in artikel 7 , bepalen dat een natuurlijk persoon of een lichaam al dan niet tezamen met één of meer daarmee direct of indirect in bestuurlijk, financieel, administratief of maatschappelijk opzicht verbonden natuurlijke personen of lichamen als een entiteit wordt beschouwd.

4. De voorzitter van een managementteam als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen a en b , kan in daartoe aanleiding gevende gevallen namens de directeur, bedoeld in artikel 7 , van het bepaalde in dit hoofdstuk afwijken.

5. De woonplaats van een natuurlijk persoon en de vestigingsplaats van een lichaam of een entiteit worden naar de omstandigheden beoordeeld.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 12

1. Met betrekking tot de heffing en invordering van rijksbelastingen, andere dan bedoeld in artikel 3, derde en vierde lid , ten aanzien van een niet tot een entiteit behorend natuurlijk persoon of lichaam die of dat buiten Nederland woont of is gevestigd, ressorteert de natuurlijk persoon of het lichaam onder de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Limburg.

2. Met betrekking tot de teruggave van dividendbelasting, ingehouden op dividenden uitgekeerd aan een inwoner van Aruba of de Nederlandse Antillen of aan een inwoner van landen waarmee Nederland een belastingverdrag heeft gesloten, ressorteert de natuurlijk persoon of het lichaam onder de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Limburg.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 13

1. Met betrekking tot de heffing en invordering van rijksbelastingen ressorteert de natuurlijk persoon, het lichaam of de entiteit die als hoofdactiviteit het bedrijf van olieraffinaderij uitoefent, alsmede de natuurlijk persoon, het lichaam of de entiteit die gespecialiseerd is in het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van olieraffinaderijen, onder de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Rijnmond.

2. Met betrekking tot de heffing en invordering van rijksbelastingen, andere dan bedoeld in artikel 3, derde en vierde lid , ressorteert de natuurlijk persoon, het lichaam of de entiteit die: 1°. als hoofdactiviteit het bank- en effectenbedrijf of het bedrijf van verzekeringsmaatschappij uitoefent, onder de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Amsterdam; 2°. als hoofdactiviteit het bedrijf van gas- en oliemaatschappij uitoefent, alsmede de natuurlijk persoon, het lichaam of de entiteit die gespecialiseerd is in het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van gas- en oliemaatschappijen, onder de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Rijnmond; 3°. een bedrijf uitoefent aan boord van een binnenschip en geen vaste woon- of vestigingsplaats heeft, onder de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Rijnmond; 4°. als hoofdactiviteit een bedrijf in de branche betaald voetbal uitoefent, alsmede de natuurlijk persoon, het lichaam of de entiteit die zijn inkomsten grotendeels (gemiddeld over de drie voorafgaande jaren) genereert uit ondernemingsactiviteiten in de branche betaald voetbal, onder de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Utrecht-Gooi; 5°. als hoofdactiviteit het bedrijf van energiebedrijf of afvalverwerkingsinrichting uitoefent, onder de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Rivierenland.

3. Onder bank- en effectenbedrijven als bedoeld in het tweede lid, ten eerste, worden verstaan algemene banken, de Nederlandsche Bank N.V. en andere overheidsbanken en financiële instellingen, spaarbanken, hypotheekbanken, coöperatief georganiseerde banken, leasemaatschappijen met een omzet van meer dan € 18 000 000, wisselmakelaars, effectencommissionairs, hoekmannen, leden van de European Option Exchange, effectenkredietinstellingen, participatiemaatschappijen en beleggingsinstellingen als bedoeld in de Wet toezicht beleggingsinstellingen.

4. Onder verzekeringsmaatschappijen als bedoeld in het tweede lid, ten eerste, worden verstaan levens- en schadeverzekeraars die vallen onder de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, zorgverzekeraars, waaronder begrepen ziekenfondsen, herverzekeraars, naturaverzekeraars, waaronder begrepen op onderlinge grondslag werkende uitvaartverzekeraars met meer dan 3000 verzekerden, coöperatieve en andere verenigingen met als doel en feitelijke werkzaamheid het uitoefenen van een verzekeringsbedrijf op onderlinge grondslag.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 14

1. Met betrekking tot de heffing en invordering van het recht van successie en het recht van schenking bepaalt de woonplaats of de vestigingsplaats van de erflater onderscheidenlijk de schenker, met inachtneming van de indeling opgenomen in de bijlage bij deze regeling en in samenhang met de taakverdeling, omschreven in artikel 3, tweede en derde lid , onder welke inspecteur of ontvanger de natuurlijk persoon of het lichaam ressorteert.

2. Met betrekking tot de heffing en invordering van het recht van successie ressorteert de natuurlijk persoon of het lichaam, indien de erflater ten tijde van zijn overlijden geen woonplaats binnen Nederland had, onder de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Limburg.

3. Met betrekking tot de heffing en invordering van het recht van schenking ressorteert de natuurlijk persoon of het lichaam, indien de schenker ten tijde van de schenking geen woon- of vestigingsplaats heeft binnen Nederland of, ingeval van een gezamenlijke schenking, geen van de schenkers ten tijde van de schenking een zodanige woon- of vestigingsplaats heeft, onder de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Limburg.

4. Met betrekking tot de heffing en invordering van het recht van overgang ressorteert de natuurlijk persoon of het lichaam onder de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Limburg.

5. Voor een verzoek ter beoordeling of een instelling is aan te merken als een instelling als bedoeld in artikel 24, vierde lid, van de Successiewet 1956 , ressorteert de verzoeker onder de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Oost-Brabant.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 15

1. Met betrekking tot de heffing en invordering van de overdrachtsbelasting bepaalt de woonplaats of de vestigingsplaats van de verkrijger, met inachtneming van de indeling opgenomen in de bijlage bij deze regeling en in samenhang met de taakverdeling, omschreven in artikel 3, tweede en derde lid , onder welke inspecteur of ontvanger de natuurlijk persoon of het lichaam ressorteert.

2. Indien een aangifte overdrachtsbelasting wordt gedaan door middel van een akte, bepaalt de woonplaats of vestigingsplaats van de notaris, in afwijking van het eerste lid en met inachtneming van de indeling opgenomen in de bijlage bij deze regeling en in samenhang met de taakverdeling, omschreven in artikel 3, tweede en derde lid , onder welke ontvanger de notaris ressorteert.

3. Met betrekking tot de heffing en invordering van de kapitaalsbelasting ressorteert het lichaam, indien het lichaam geen vestigingsplaats heeft binnen Nederland, onder de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Limburg.

4. Met betrekking tot de heffing en invordering van de assurantiebelasting ressorteert de natuurlijk persoon, het lichaam of de entiteit onder de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Amsterdam.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 16

1. Met betrekking tot de heffing en invordering van de grondwaterbelasting, de belasting op leidingwater, de afvalstoffenbelasting alsmede de brandstoffenbelasting en de regulerende energiebelasting, voorzover deze niet worden geheven van producten die worden aangemerkt als minerale oliën in de zin van artikel 25 van de Wet op de accijns , ressorteert de natuurlijk persoon, het lichaam of de entiteit onder de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Rivierenland.

2. Met betrekking tot de behandeling van een verzoek of een geschil als bedoeld in artikel 36p, derde lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag , zoals dit luidde op 31 december 2002, ressorteert de natuurlijk persoon, het lichaam of de entiteit onder de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Noord.

3. Met betrekking tot de behandeling van een verzoek als bedoeld in artikel 10a, 11j, 18a, 28, 28a, voorzover dit niet betreft producten die worden aangemerkt als minerale oliën in de zin van artikel 25 van de Wet op de accijns , en 36l, derde, vijfde, zevende en twaalfde lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag ressorteert de natuurlijk persoon, het lichaam of de entiteit onder de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Noord.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 17

Met betrekking tot de heffing en invordering van de motorrijtuigenbelasting en de belasting zware motorrijtuigen alsmede de uitvoering van artikel 35a van de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 , zoals dit luidde op 31 december 2002, ressorteert de natuurlijk persoon, het lichaam of de entiteit onder de voorzitter van het managementteam van de B/CA.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 18

Met betrekking tot de uitvoering van artikel 53, tweede en derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen , ressorteert de administratieplichtige onder de voorzitter van het managementteam van de B/CA.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 19

1. De volgende instellingen ressorteren onder de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Limburg: a. de NAVO, met uitzonderingvan het NATO C3 Agency te Den Haag; b. het Instituut voor Nieuwe Technologieën van de Universiteit van de Verenigde Naties (UNU/INTECH) te Maastricht; c. de Europese Organisatie voor de Veiligheid van de Luchtvaart (Eurocontrol) te Beek.

2. Onder de in het eerste lid genoemde voorzitter ressorteren de personeelsleden van de daar genoemde organisaties en hun echtgenoten of partners, kinderen en andere inwonende gezinsleden van deze personeelsleden, indien zij niet in Nederland een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefenen, alsmede gewezen personeelsleden van deze organisaties, of hun nagelaten betrekkingen die van de desbetreffende organisatie een pensioen ontvangen en gewezen personeelsleden van deze organisaties die van de desbetreffende organisatie geen pensioen ontvangen, indien en zolang een tijdens de actieve periode ontstaan verlies als bedoeld in artikel 3.150 van de Wet inkomstenbelasting 2001 niet is verrekend.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 20

1. De volgende instellingen ressorteren onder de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Haaglanden: a. het Internationaal Strafhof te Den Haag; b. het Internationaal Gerechtshof te Den Haag; c. het Permanente Hof van Arbitrage te Den Haag; d. de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht te Den Haag; e. het Internationale VN-Tribunaal inzake het voormalige Joegoslavië (Joegoslavië;-Tribunaal, ICTY) te Den Haag; f. de Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons (OPCW) te Den Haag; g. het NATO C3 Agency te Den Haag; h. het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek (GCO) te Petten; i. het Europese Ruimte-Agentschap en het Europese Centrum voor Ruimtevaarttechniek (ESA/ESTEC) te Noordwijk; j. het Europese Octrooibureau (EOB) te Rijswijk; k. Europol te Den Haag; l. Eurojust te Den Haag; m. de United Nations Environment Programme (UNEP) te Den Haag; n. het Infrastructural, Hydraulic and Environmental Engineering Institute for Water Education (UNESCO-IHE) te Delft; o. de High Commissioner on National Minorities of the Organization on Security and Cooperation in Europe (HCNM/OSCE) te Den Haag; p. de Internationale Dienst voor Nationaal Landbouwkundig Onderzoek (ISNAR) te Den Haag; q. het Technisch Centrum voor Landbouwsamenwerking en Plattelandsontwikkeling te Ede/Wageningen; r. de African Management Services Company B.V. (AMSCO) te Amsterdam; s. het Iran - United States Claims Tribunal te Den Haag; t. het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen (Common Fund) te Amsterdam; u. de Internationale Nikkel Studie Groep te Den Haag; v. het Bureau Nederland van de Commissie van de Europese Gemeenschappen te Den Haag; w. het Kabinet van de Gevolmachtigde Minister van de Nederlandse Antillen te Den Haag; x. het Kabinet van de Gevolmachtigde Minister van Aruba te Den Haag.

2. De volgende instellingen ressorteren voor de heffing en invordering van omzetbelasting onder de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Haaglanden: a. de Belgisch Nederlandse Taalunie te Den Haag; b. het Benelux Merkenbureau te Den Haag; c. de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) te Den Haag; d. de Joint Aviation Authorities te Hoofddorp; e. de Volksbund Deutsche Kriegsgräber Fürsorge te IJsselstein; f. de Amerikaanse Militaire Begraafplaats te Margraten; g. de Vertegenwoordiger van de Hoge Commissaris der Verenigde Naties voor Vluchtelingen te Den Haag.

3. De volgende instellingen ressorteren voor de heffing en invordering van omzetbelasting en van de in artikel 3, derde lid , bedoelde rijksbelastingen onder de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Haaglanden: a. diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen, internationale organisaties en NAVO-onderdelen gevestigd, dan wel gelegerd in andere lidstaten van de Europese Unie, alsmede de daaraan verbonden personeelsleden; b. internationale organisaties gevestigd buiten het grondgebied van de Europese Unie.

4. Onder de in het eerste lid en het derde lid genoemde voorzitter ressorteren de personeelsleden van de daar genoemde organisaties en hun echtgenoten of partners, kinderen en andere inwonende gezinsleden van deze personeelsleden, indien zij niet in Nederland een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefenen, alsmede gewezen personeelsleden van deze organisaties, of hun nagelaten betrekkingen die van de desbetreffende organisatie een pensioen ontvangen, gewezen personeelsleden van deze organisaties die van de desbetreffende organisatie geen pensioen ontvangen, indien en zolang een tijdens de actieve periode ontstaan verlies als bedoeld in artikel 3.150 van de Wet inkomstenbelasting 2001 niet is verrekend en personeelsleden van in Nederland gevestigde diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen, met uitzondering van honoraire consuls, alsmede personeelsleden van de in het tweede lid genoemde instellingen voorzover zij in aanmerking komen voor diplomatieke vrijstellingen van belastingen.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 21

Met betrekking tot de uitvoering van de Landinrichtingswet, de Reconstructiewet Midden-Delfland en de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse veenkoloniën ressorteert de natuurlijk persoon, het lichaam of de entiteit onder de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Randmeren.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 22

Met betrekking tot de heffing en invordering van rijksbelastingen, andere dan bedoeld in artikel 3, derde en vierde lid , ten aanzien van een natuurlijk persoon waarop artikel 27 van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen van toepassing is en een tot een entiteit behorende natuurlijk persoon voor de toepassing van genoemd artikel, ressorteert de natuurlijk persoon onder de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Zuidwest.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 23

1. Een bindende tariefinlichting als bedoeld in artikel 12 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van de Europese Unie dient te worden aangevraagd bij de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Douane Rotterdam.

2. Een bindende oorsprongsinlichting als bedoeld in artikel 12 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van de Europese Unie dient te worden aangevraagd bij de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Douane Noord.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 24

Het op aangifte voldoen van de belasting van personenauto's en motorrijtuigen alsmede, in voorkomend geval, van de omzetbelasting als bedoeld in artikel 17h, tweede lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968 kan geschieden bij iedere voorzitter van het managementteam van de in artikel 3, onderdeel b , genoemde organisatieonderdelen.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 25

Met betrekking tot een verzoek als bedoeld in artikel 3 van Verordening (EG) nr.3295/94 van de Raad van de Europese Unie van 22 december 1994 tot vaststelling van maatregelen om in het vrije verkeer brengen, de uitvoer, de wederuitvoer en de plaatsing onder een schorsingsregeling van nagemaakte of door piraterij verkregen goederen te verbieden (Pb. EG L 341) ressorteert de verzoeker onder de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Douane Noord.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 26

De Uitvoeringsregeling Belastingdienst wordt ingetrokken.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 27

1. Een functionaris die op grond van deze regeling is aangewezen als directeur, inspecteur of ontvanger treedt in de plaats van de functionaris die als zodanig vóór 1 januari 2003 bevoegd was.

2. Beslissingen die zijn of worden genomen door een directeur, inspecteur of ontvanger die als zodanig vóór 1 januari 2003 bevoegd was, worden geacht te zijn genomen door de directeur, inspecteur of ontvanger die als zodanig door deze regeling is aangewezen.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 28

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2003.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 29

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003.

Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkort
Praktijkgebieden▾
Indirect
Omzetbelasting (BTW)AccijnzenMilieubelastingenDouaneKansspelbelasting
Direct
VennootschapsbelastingInkomstenbelastingDividendbelastingBronbelastingMinimumbelasting (GloBE)
Loon & inhouding
LoonbelastingOverdrachtsbelastingSchenk- en erfbelastingBPM / AutobelastingenToeslagen
Formeel & overig
Formeel rechtVerrekenprijzenStaatssteunOverig
ContactAccount
Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkortPraktijkgebieden
ContactAccount