← Terug naar wetgeving
BesluitNL

Reikwijdte Mededeling 26

Laatst gewijzigd: 15 januari 2016
Geconsolideerde brontekst ter informatie; aan deze weergave kunnen geen rechten worden ontleend. Raadpleeg de officiële versie op wetten.overheid.nl.
Open officiële versie ↗Ontwikkelingen in de feed →

Kan een stichting die zich uitsluitend richt op de bouw en het onderhoud van voor studenten-huisvesting benodigde onroerende zaken worden aangemerkt als een ‘dergelijke instelling’ in de zin van Mededeling 26?

In Mededeling 26 (Besluit van 30 november 1994, nr. VB94/3619) is goedgekeurd dat woningcorporaties, gemeentelijke woningbouwbedrijven, pensioenfondsen en dergelijke instellingen onder bepaalde voorwaarden mogen afzien van de heffing op grond van artikel 3, eerste lid, onderdeel h, van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: de Wet). Onder ‘dergelijke instellingen’ worden verstaan lichamen die zonder winstoogmerk en met het oog op een sociale doelstelling woningen verhuren (zie § 2 van Mededeling 26).

De stichting kan niet worden beschouwd als een ‘dergelijke instelling’ als bedoeld in Mededeling 26, omdat de stichting zich niet bezighoudt met de verhuur van woningen. De stichting kan niet afzien van de in artikel 3, eerste lid, onderdeel h, van de Wet voorziene integratieheffing.

Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkort
Praktijkgebieden▾
Indirect
Omzetbelasting (BTW)AccijnzenMilieubelastingenDouaneKansspelbelasting
Direct
VennootschapsbelastingInkomstenbelastingDividendbelastingBronbelastingMinimumbelasting (GloBE)
Loon & inhouding
LoonbelastingOverdrachtsbelastingSchenk- en erfbelastingBPM / AutobelastingenToeslagen
Formeel & overig
Formeel rechtVerrekenprijzenStaatssteunOverig
ContactAccount
Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkortPraktijkgebieden
ContactAccount