Art. 16 BvdB 2001
Wettekst
Artikel 16 — Uiteindelijk gerechtigde
1. Bij de toepassing van artikel 15 wordt geen vermindering verleend indien de belastingplichtige niet de uiteindelijk gerechtigde is tot de opbrengst waarop door een andere Mogendheid belasting is geheven. Niet als uiteindelijk gerechtigde wordt beschouwd de belastingplichtige die de rechten waaruit de opbrengst is genoten: a. heeft verkregen binnen tien dagen voorafgaand aan: 1°. de dag waarop de opbrengst door het uitkerende lichaam is vastgesteld bij dividenden, 2°. de dag waarop de opbrengst verschuldigd is geworden bij interest en royalty's; dan wel b. binnen drie maanden na de verkrijging ervan heeft vervreemd. De vorige volzin is niet van toepassing indien het gezamenlijke bedrag aan vanwege andere Mogendheden geheven belasting niet meer bedraagt dan € 200.
2. Het bepaalde in het eerste lid vindt geen toepassing indien blijkt aan de hand van schriftelijke bescheiden dat het kunnen verrekenen van vanwege een andere Mogendheid geheven belasting niet ten grondslag ligt aan de verkrijging en de vervreemding van de rechten waaruit de opbrengst is genoten.
Jurisprudentie
Nog geen gepubliceerde uitspraken over art. 16.
