← Wet IB 2001
IBNL

Art. 93 Wet IB 2001

Wet inkomstenbelasting 2001 · Gewijzigd: 22 mei 2026

Wettekst

Artikel 9.3 — Voorlopige teruggaaf

1. Bij de vaststelling van een voorlopige teruggaaf voor of in de loop van het kalenderjaar worden alleen de volgende negatieve bestanddelen van het belastbare inkomen uit werk en woning in aanmerking genomen: a. de fietsaftrek b. de reisaftrek; c. de negatieve belastbare inkomsten uit eigen woning; d. de uitgaven voor inkomensvoorzieningen; e. de uitgaven voor kinderopvang; f. de persoonsgebonden aftrek; g. de verliezen uit werk en woning uit voorafgaande kalenderjaren.

2. Bij de vaststelling van de voorlopige teruggaaf wordt rekening gehouden met: a. de verhoging van de gecombineerde heffingskorting volgens artikel 8.9; b. de kinderkorting; c. de aanvullende kinderkorting; d. de combinatiekorting; e. de alleenstaande-ouderkorting; f. de aanvullende alleenstaande-ouderkorting; g. de korting voor maatschappelijke beleggingen; h. de korting voor beleggingen in durfkapitaal. i. de toetrederskorting.

3. Volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels kan bij de vaststelling van de voorlopige teruggaaf rekening worden gehouden met de algemene heffingskorting, de ouderenkorting en de aanvullende ouderenkorting.

4. Met een verlies als bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, wordt pas rekening gehouden nadat de aangifte is gedaan over het kalenderjaar waarop het verlies betrekking heeft.

5. Een voorlopige teruggaaf wordt, behalve voorzover die betrekking heeft op de verhoging van de gecombineerde heffingskorting volgens artikel 8.9, alleen vastgesteld voorzover aannemelijk is dat meer loonbelasting zal worden geheven dan het bedrag dat aan inkomstenbelasting verschuldigd zou zijn indien een aanslag inkomstenbelasting zou worden opgelegd.

6. Bij het bepalen van een voorlopige teruggaaf wordt geen rekening gehouden met inkomensbestanddelen waarvan de daaraan toe te rekenen belasting wordt begrepen in een conserverende aanslag.

7. Indien artikel 9.1, derde lid, toepassing vindt, wordt in dit artikel onder loonbelasting verstaan het gezamenlijke bedrag van de loonbelasting en de premie voor de volksverzekeringen en onder inkomstenbelasting het gezamenlijke bedrag van de inkomstenbelasting en de premie voor de volksverzekeringen.

Geconsolideerde brontekst ter informatie; aan deze weergave kunnen geen rechten worden ontleend. Raadpleeg de officiële versie op wetten.overheid.nl.
  • Contact
  • Terms & Conditions
  • Privacy Policy
© 2026 Argus Tax
Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkort
Praktijkgebieden▾
Indirect
Omzetbelasting (BTW)AccijnzenMilieubelastingenDouaneKansspelbelasting
Direct
VennootschapsbelastingInkomstenbelastingDividendbelastingBronbelastingMinimumbelasting (GloBE)
Loon & inhouding
LoonbelastingOverdrachtsbelastingSchenk- en erfbelastingBPM / AutobelastingenToeslagen
Formeel & overig
Formeel rechtVerrekenprijzenStaatssteunOverig
ContactAccount
Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkortPraktijkgebieden
ContactAccount

Jurisprudentie

Nog geen gepubliceerde uitspraken over art. 93.