Art. 811 Wet IB 2001
Wettekst
Artikel 8.11 — Arbeidskorting
1. De arbeidskorting geldt voor de belastingplichtige die met tegenwoordige arbeid winst uit een onderneming, loon of resultaat uit een werkzaamheid geniet.
2. De arbeidskorting wordt berekend over het gezamenlijke bedrag van hetgeen met tegenwoordige arbeid is genoten als winst uit een of meer ondernemingen, loon en resultaat uit een of meer werkzaamheden (arbeidskortingsgrondslag). De arbeidskorting bedraagt de som van: a. 1,729% van de arbeidskortingsgrondslag met een maximum van € 133, en b. 10,621% van de arbeidskortingsgrondslag voorzover die meer bedraagt dan € 7692. De arbeidskorting bedraagt ten minste de volgens artikel 22a van de Wet op de loonbelasting 1964 toegekende arbeidskorting, maar maximaal € 949.
3. In afwijking van het tweede lid wordt: a. ingeval de belastingplichtige bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 57 jaar heeft bereikt maar nog niet de leeftijd van 60, het percentage, bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, onderdeel b, vervangen door 13,575% en het bedrag, bedoeld in het tweede lid, derde volzin, vervangen door € 1176; b. ingeval de belastingplichtige bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt maar nog niet de leeftijd van 62, het percentage, bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, onderdeel b, vervangen door 16,530% en het bedrag, bedoeld in het tweede lid, derde volzin, vervangen door € 1403; c. ingeval de belastingplichtige bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 62 jaar heeft bereikt, het percentage, bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, onderdeel b, vervangen door 19,485% en het bedrag, bedoeld in het tweede lid, derde volzin, vervangen door € 1630.
Jurisprudentie
Nog geen gepubliceerde uitspraken over art. 811.
