← Wet IB 2001
IBNL

Art. 618 Wet IB 2001

Wet inkomstenbelasting 2001 · Gewijzigd: 22 mei 2026

Wettekst

Artikel 6.18 — Beperkingen van uitgaven wegens ziekte, invaliditeit en bevalling

1. Met betrekking tot de uitgaven, bedoeld in artikel 6.17, eerste lid, onderdeel a, worden: a. uitgaven voor farmaceutische hulpmiddelen die niet zijn verstrekt op voorschrift van een arts, in aanmerking genomen tot een bedrag van € 23 per persoon; b. premie en premievervangende belasting voor de volksverzekeringen en uitgaven voor naar aard en strekking daarmee overeenkomende buitenlandse regelingen, andere dan de premie, bedoeld in artikel 17 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten , niet in aanmerking genomen; c. premies en bijdragen voor een ziektekostenregeling, niet zijnde de Ziekenfondswet , slechts in aanmerking genomen voorzover het gezamenlijke bedrag betrekking heeft op een tijdvak van hoogstens twaalf maanden.

2. Uitgaven voor gezinshulp worden als extra aangemerkt voorzover zij meer bedragen dan het bedrag dat volgt uit de volgende tabel. Bij een verzamelinkomen vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek van meer dan maar niet meer dan worden de uitgaven voor gezinshulp geacht extra te zijn voorzover zij meer bedragen dan het in deze kolom vermelde percentage van het verzamelinkomen vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek – € 25 775 0% € 25 775 € 38 663 1% € 38 663 € 51 550 2% € 51 550 – 3%

3. Indien de belastingplichtige gedurende het gehele jaar een partner heeft, worden de uitgaven voor gezinshulp samengevoegd. Over deze periode geldt voor de toepassing van het tweede lid in plaats van het verzamelinkomen vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek het gezamenlijke bedrag van de verzamelinkomens van de belastingplichtige en zijn partner vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek.

4. Indien de belastingplichtige gedurende een deel van het kalenderjaar een partner heeft en zij bij een verzoek om voorlopige teruggaaf of bij een aangifte een keuze als bedoeld in artikel 2.17, zesde lid, hebben gemaakt, wordt de belastingplichtige voor de toepassing van het derde lid geacht gedurende het gehele kalenderjaar een partner te hebben gehad.

5. Uitgaven voor extra gezinshulp worden slechts in aanmerking genomen voorzover zij blijken uit gedagtekende facturen waarin op duidelijke en overzichtelijke wijze de naam en het adres van de gezinshulp zijn vermeld.

6. De uitgaven, bedoeld in artikel 6.17, eerste lid, onderdeel e, worden in aanmerking genomen, indien wordt gereisd: a. per auto anders dan per taxi: voor € 0,17 per kilometer; b. op andere wijze: voor de werkelijke kosten.

  • Contact
  • Terms & Conditions
  • Privacy Policy
© 2026 Argus Tax
Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkort
Praktijkgebieden▾
Indirect
Omzetbelasting (BTW)AccijnzenMilieubelastingenDouaneKansspelbelasting
Direct
VennootschapsbelastingInkomstenbelastingDividendbelastingBronbelastingMinimumbelasting (GloBE)
Loon & inhouding
LoonbelastingOverdrachtsbelastingSchenk- en erfbelastingBPM / AutobelastingenToeslagen
Formeel & overig
Formeel rechtVerrekenprijzenStaatssteunOverig
ContactAccount
Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkortPraktijkgebieden
ContactAccount
Geconsolideerde brontekst ter informatie; aan deze weergave kunnen geen rechten worden ontleend. Raadpleeg de officiële versie op wetten.overheid.nl.

Jurisprudentie

Nog geen gepubliceerde uitspraken over art. 618.