← Wet IB 2001
IBNL

Art. 61 Wet IB 2001

Wet inkomstenbelasting 2001 · Gewijzigd: 22 mei 2026

Wettekst

Artikel 6.1 — Persoonsgebonden aftrek

1. Persoonsgebonden aftrek is het gezamenlijke bedrag van: a. de in het kalenderjaar op de belastingplichtige drukkende persoonsgebonden aftrekposten en b. het gedeelte van de persoonsgebonden aftrek van voorafgaande jaren dat niet eerder in aanmerking is genomen.

2. Persoonsgebonden aftrekposten zijn de: a. uitgaven voor onderhoudsverplichtingen ( afdeling 6.2 ); b. verliezen op beleggingen in durfkapitaal ( afdeling 6.3 ); c. uitgaven voor levensonderhoud van kinderen ( afdeling 6.4 ); d. buitengewone uitgaven ( afdeling 6.5 ); e. weekenduitgaven voor gehandicapte kinderen ( afdeling 6.6 ); f. scholingsuitgaven ( afdeling 6.7 ); g. uitgaven voor monumentenpanden ( afdeling 6.8 ); h. aftrekbare giften ( afdeling 6.9 ).

3. Uitgaven als bedoeld in het tweede lid, onderdelen c, d en e, worden in aanmerking genomen voorzover de belastingplichtige zich redelijkerwijs gedrongen heeft kunnen voelen tot het doen van die uitgaven.

Geconsolideerde brontekst ter informatie; aan deze weergave kunnen geen rechten worden ontleend. Raadpleeg de officiële versie op wetten.overheid.nl.

Jurisprudentie

Nog geen gepubliceerde uitspraken over art. 61.

  • Contact
  • Terms & Conditions
  • Privacy Policy
© 2026 Argus Tax
Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkort
Praktijkgebieden▾
Indirect
Omzetbelasting (BTW)AccijnzenMilieubelastingenDouaneKansspelbelasting
Direct
VennootschapsbelastingInkomstenbelastingDividendbelastingBronbelastingMinimumbelasting (GloBE)
Loon & inhouding
LoonbelastingOverdrachtsbelastingSchenk- en erfbelastingBPM / AutobelastingenToeslagen
Formeel & overig
Formeel rechtVerrekenprijzenStaatssteunOverig
ContactAccount
Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkortPraktijkgebieden
ContactAccount