Art. 520 Wet IB 2001
Wettekst
Artikel 5.20 — Waardering woningen andere dan eigen woningen
1. De waarde van een woning die een belastingplichtige in belangrijke mate ter beschikking staat, wordt, in afwijking van artikel 5.19, eerste lid , gesteld op de volgens hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor die woning vastgestelde waarde of waarden voor het tijdvak waarbinnen het kalenderjaar valt. Indien de woning deel uitmaakt van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken , wordt de waarde van de woning gesteld op het gedeelte van de waarde van de onroerende zaak dat kan worden toegerekend aan de woning.
2. Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder een woning verstaan een woning als bedoeld in artikel 3.111, eerste lid , aanhef, die de belastingplichtige niet anders dan tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking staat.
Jurisprudentie
Nog geen gepubliceerde uitspraken over art. 520.
