← Wet IB 2001
IBNL

Art. 515 Wet IB 2001

Wet inkomstenbelasting 2001 · Gewijzigd: 22 mei 2026

Wettekst

Artikel 5.15 — Vrijstelling sociaal-ethische beleggingen

1. Sociaal-ethische beleggingen zijn aandelen in, winstbewijzen van en geldleningen aan bij ministeriële regeling aangewezen sociaal-ethische fondsen.

2. Als sociaal-ethische fondsen kunnen voor de toepassing van dit artikel worden aangewezen: a. kredietinstellingen als bedoeld in de Wet toezicht kredietwezen 1992 , waarvan het doel en de feitelijke werkzaamheden geheel of nagenoeg geheel bestaan in het verstrekken van kredieten ten behoeve van sociaal-ethische projecten, of in het direct of indirect beleggen van vermogen in dergelijke projecten; b. beleggingsinstellingen als bedoeld in de Wet toezicht beleggingsinstellingen waarvan het doel en de feitelijke werkzaamheden geheel of nagenoeg geheel bestaan in het direct of indirect beleggen van vermogen in sociaal-ethische projecten.

3. Sociaal-ethische projecten als bedoeld in het tweede lid zijn projecten die door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Buitenlandse Zaken en Onze Minister van Ontwikkelingssamenwerking bij ministeriële regeling of verklaring zijn aangewezen als projecten die in het belang zijn van: a. de voedselzekerheid en voedingsverbetering in ontwikkelingslanden; b. de sociale en culturele ontwikkeling in ontwikkelingslanden of c. de economische ontwikkeling, werkgelegenheid en regionale ontwikkeling in ontwikkelingslanden.

4. Op verklaringen en aanwijzingen als bedoeld in het derde lid is artikel 8.4, onderdeel g, van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.

5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld. Daaronder kunnen worden begrepen regels ter verzekering van de heffing over voordelen die niet voortvloeien uit het verstrekken van kredieten ten behoeve van sociaal-ethische projecten of uit het direct of indirect beleggen van vermogen in dergelijke projecten. Tevens kunnen daaronder worden begrepen regels ter verzekering van de heffing over voordelen voorzover deze verband houden met de in een sociaal-ethisch fonds aanwezige zuivere winst ten tijde van de aanwijzing van het fonds.

6. Bij ministeriële regeling kunnen in overeenstemming met Onze Minister van Buitenlandse Zaken en Onze Minister van Ontwikkelingssamenwerking nadere regels worden gesteld met betrekking tot de verklaring bedoeld in het derde lid. Het ontwerp van een ministeriële regeling bedoeld in het derde lid of in de vorige volzin wordt ten minste vier weken voordat de regeling wordt vastgesteld, toegezonden aan de Staten-Generaal.

  • Contact
  • Terms & Conditions
  • Privacy Policy
© 2026 Argus Tax
Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkort
Praktijkgebieden▾
Indirect
Omzetbelasting (BTW)AccijnzenMilieubelastingenDouaneKansspelbelasting
Direct
VennootschapsbelastingInkomstenbelastingDividendbelastingBronbelastingMinimumbelasting (GloBE)
Loon & inhouding
LoonbelastingOverdrachtsbelastingSchenk- en erfbelastingBPM / AutobelastingenToeslagen
Formeel & overig
Formeel rechtVerrekenprijzenStaatssteunOverig
ContactAccount
Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkortPraktijkgebieden
ContactAccount
Geconsolideerde brontekst ter informatie; aan deze weergave kunnen geen rechten worden ontleend. Raadpleeg de officiële versie op wetten.overheid.nl.

Jurisprudentie

Nog geen gepubliceerde uitspraken over art. 515.