← Wet IB 2001
IBNL

Art. 387 Wet IB 2001

Wet inkomstenbelasting 2001 · Gewijzigd: 22 mei 2026

Wettekst

Artikel 3.87 — Reisaftrek

1. De reisaftrek geldt bij regelmatig woon–werkverkeer en wordt in aanmerking genomen voor de per openbaar vervoer afgelegde reisafstand.

2. De op basis van de volgende leden bepaalde reisaftrek wordt verminderd met de voor de per openbaar vervoer afgelegde reisafstand ontvangen reiskostenvergoedingen.

3. Indien de belastingplichtige op ten minste vier dagen per week naar dezelfde plaats van werkzaamheden pleegt te reizen, bedraagt de reisaftrek: bij een reisafstand per openbaar vervoer van meer dan maar niet meer dan op jaarbasis – 10 km –- 10 km 15 km € 362 15 km 20 km € 485 20 km 30 km € 816 30 km 40 km € 1012 40 km 50 km € 1323 50 km 60 km € 1471 60 km 70 km € 1632 70 km 80 km € 1688 80 km –- € 1711

4. Indien de belastingplichtige op drie dagen, twee dagen of één dag per week naar dezelfde plaats van werkzaamheden pleegt te reizen, bedraagt de reisaftrek: a. indien de reisafstand niet meer beloopt dan 90 kilometer: driekwart, de helft respectievelijk een kwart van het in de tabel aangegeven bedrag; b. indien de reisafstand meer beloopt dan 90 kilometer: € 0,19 per kilometer van die reisafstand vermenigvuldigd met het aantal dagen waarop wordt gereisd, maar niet meer dan € 1711 per jaar.

5. Indien de belastingplichtige naar verschillende plaatsen van werkzaamheden pleegt te reizen, vinden het derde en vierde lid afzonderlijk toepassing met betrekking tot het reizen naar elk van die plaatsen, waarbij de som van de volgens deze leden bepaalde reisaftrek niet meer bedraagt dan € 1659 per jaar.

6. Indien de belastingplichtige op dezelfde dag naar verschillende plaatsen van werkzaamheden pleegt te reizen, zijn de vorige leden uitsluitend van toepassing op het reizen naar de meest bereisde plaats van werkzaamheden. Indien de plaatsen van werkzaamheden even vaak plegen te worden bereisd, geldt de grootste reisafstand.

7. Indien de belastingplichtige ook voor de fietsaftrek in aanmerking komt, is de som van de volgens de fietsaftrek en de reisaftrek in aanmerking te nemen bedragen geen hoger bedrag dan € 1711 .

8. De per openbaar vervoer afgelegde reisafstand blijkt slechts uit een op een tijdvak van 12 maanden betrekking hebbende verklaring die is afgegeven door de desbetreffende openbaar-vervoersonderneming (de openbaar-vervoerverklaring).

9. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de inhoud van deze openbaar-vervoerverklaring en voor de uitvoering van dit artikel.

10. In afwijking van het achtste lid kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld om aan een openbaar-vervoerverklaring gelijk te stellen andere aan de persoon van de belastingplichtige herleidbare verklaringen omtrent het gereisd hebben met openbaar vervoer in die gevallen dat door de gebruikte kaartsoort de openbaar-vervoerverklaring niet kan worden verstrekt.

  • Contact
  • Terms & Conditions
  • Privacy Policy
© 2026 Argus Tax
Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkort
Praktijkgebieden▾
Indirect
Omzetbelasting (BTW)AccijnzenMilieubelastingenDouaneKansspelbelasting
Direct
VennootschapsbelastingInkomstenbelastingDividendbelastingBronbelastingMinimumbelasting (GloBE)
Loon & inhouding
LoonbelastingOverdrachtsbelastingSchenk- en erfbelastingBPM / AutobelastingenToeslagen
Formeel & overig
Formeel rechtVerrekenprijzenStaatssteunOverig
ContactAccount
Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkortPraktijkgebieden
ContactAccount
Geconsolideerde brontekst ter informatie; aan deze weergave kunnen geen rechten worden ontleend. Raadpleeg de officiële versie op wetten.overheid.nl.

Jurisprudentie

Nog geen gepubliceerde uitspraken over art. 387.