Art. 386 Wet IB 2001
Wettekst
Artikel 3.86 — Fietsaftrek
1. De fietsaftrek geldt bij regelmatig woon–werkverkeer en wordt in aanmerking genomen voor de per fiets afgelegde reisafstand indien deze meer bedraagt dan 10 kilometer.
2. De op basis van de volgende leden bepaalde fietsaftrek wordt verminderd met de voor de per fiets afgelegde reisafstand ontvangen reiskostenvergoedingen.
3. Indien de belastingplichtige op ten minste drie dagen per week naar een plaats van werkzaamheden pleegt te reizen en daartoe hoofdzakelijk fietst, bedraagt de fietsaftrek op jaarbasis € 362 .
4. De per fiets afgelegde reisafstand en het voor het regelmatig woon-werkverkeer hoofdzakelijk benutten van de fiets blijken uit een op het desbetreffende kalenderjaar betrekking hebbende door de inhoudingsplichtige in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 afgegeven verklaring (de fietsverklaring).
5. Indien als gevolg van een onjuiste fietsverklaring de aanslag tot een te laag bedrag is vastgesteld, kan de inspecteur het bedrag van de te weinig geheven belasting begrijpen in een aan de in het vierde lid bedoelde inhoudingsplichtige ten titel van loonbelasting op te leggen naheffingsaanslag.
6. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de inhoud van deze fiets-verklaring en voor de uitvoering van dit artikel.
Jurisprudentie
Nog geen gepubliceerde uitspraken over art. 386.
