Art. 376 Wet IB 2001
Wettekst
Artikel 3.76 — Zelfstandigenaftrek
1. De zelfstandigenaftrek geldt voor de ondernemer die aan het urencriterium voldoet en bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 65 jaar nog niet heeft bereikt.
2. Bij een winst gelijk aan of meer dan maar minder dan bedraagt de zelfstandigenaftrek – € 12 110 € 6206 € 12 110 € 14 050 € 5770 € 14 050 € 15 995 € 5334 € 15 995 € 45 805 € 4754 € 45 805 € 47 745 € 4339 € 47 745 € 49 685 € 3881 € 49 685 € 51 620 € 3424 € 51 620 –- € 3010 Bij Stb. 2001/641 worden voor toepassing over het kalenderjaar 2002 de in de tabel opgenomen bedragen aan zelfstandigenaftrek verhoogd met € 152.
3. Indien de ondernemer in een of meer van de vijf voorafgaande kalenderjaren geen ondernemer was en bij hem in die periode niet meer dan tweemaal zelfstandigenaftrek is toegepast, wordt de zelfstandigenaftrek verhoogd met € 1829.
4. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder winst verstaan het gezamenlijke bedrag van de winst die de belastingplichtige als ondernemer uit een of meer ondernemingen geniet.
Jurisprudentie
Nog geen gepubliceerde uitspraken over art. 376.
