← Wet IB 2001
IBNL

Art. 345 Wet IB 2001

Wet inkomstenbelasting 2001 · Gewijzigd: 22 mei 2026

Wettekst

Artikel 3.45 — Uitgesloten bedrijfsmiddelen voor investeringsaftrek

1. Voor de investeringsaftrek behoren niet tot de bedrijfsmiddelen: a. bedrijfsmiddelen waarvan het investeringsbedrag minder bedraagt dan € 450; b. bedrijfsmiddelen die zijn bestemd om – direct of indirect – hoofdzakelijk te worden gebruikt: 1°. voor de uitoefening van het bosbedrijf als bedoeld in artikel 3.11, eerste lid , tenzij de voordelen daaruit volgens artikel 3.11, tweede lid , tot de winst behoren; 2°. voor het drijven van een onderneming, of een gedeelte van een onderneming, op de winst waarvan een regeling ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing is; c. gronden, met inbegrip van de ondergrond van gebouwen, met uitzondering van verbetering van grond indien de verbeteringskosten plegen te worden afgeschreven; d. woonhuizen en woonschepen, met inbegrip van de gedeelten van andere zaken die dienen voor bewoning; e. personenauto's als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 , die niet zijn bestemd voor het beroepsvervoer over de weg; f. vaartuigen als bedoeld in artikel 3.14 , eerste lid, onderdeel b; g. effecten, vorderingen, goodwill alsmede vergunningen, ontheffingen, concessies en andere dispensaties van publiekrechtelijke aard en h. dieren.

2. Voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek behoren tot de bedrijfsmiddelen mede niet bedrijfsmiddelen die zijn bestemd om – direct of indirect – hoofdzakelijk ter beschikking te worden gesteld aan derden.

3. Voor de energie-investeringsaftrek en de milieu-investeringsaftrek behoren tot de bedrijfsmiddelen mede niet bedrijfsmiddelen die zijn bestemd om – direct of indirect – hoofdzakelijk ter beschikking te worden gesteld aan: a. niet in Nederland wonende natuurlijke personen of gevestigde lichamen of b. natuurlijke personen of lichamen voor het drijven van een onderneming of een gedeelte van een onderneming, op de winst waarvan een regeling ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing is.

4. Onze Minister kan bepalen dat het eerste lid, onderdeel b, onder 2°, en het derde lid niet van toepassing zijn.

Geconsolideerde brontekst ter informatie; aan deze weergave kunnen geen rechten worden ontleend. Raadpleeg de officiële versie op wetten.overheid.nl.
  • Contact
  • Terms & Conditions
  • Privacy Policy
© 2026 Argus Tax
Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkort
Praktijkgebieden▾
Indirect
Omzetbelasting (BTW)AccijnzenMilieubelastingenDouaneKansspelbelasting
Direct
VennootschapsbelastingInkomstenbelastingDividendbelastingBronbelastingMinimumbelasting (GloBE)
Loon & inhouding
LoonbelastingOverdrachtsbelastingSchenk- en erfbelastingBPM / AutobelastingenToeslagen
Formeel & overig
Formeel rechtVerrekenprijzenStaatssteunOverig
ContactAccount
Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkortPraktijkgebieden
ContactAccount

Jurisprudentie

Nog geen gepubliceerde uitspraken over art. 345.