Art. 318 Wet IB 2001
Wettekst
Artikel 3.18 — In aftrek beperkte kosten van woon-werkverkeer van de belastingplichtige
1. Bij het bepalen van de winst komen kosten en lasten van regelmatig woon-werkverkeer in aftrek tot ten hoogste het bedrag bepaald volgens de in de volgende leden opgenomen regels.
2. Voor de belastingplichtige die op ten minste vier dagen per week naar dezelfde plaats van werkzaamheden pleegt te reizen met tot het privé-vermogen behorende of in privé gehuurde personenauto's als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 , wordt het bedrag op jaarbasis bepaald aan de hand van de navolgende tabel: reisafstand meer dan maar niet meer dan bedrag – 10 km 0 10 km 15 km € 780 15 km 20 km € 1092 20 km – € 1560
3. Voor de belastingplichtige die op drie dagen, twee dagen of een dag per week naar dezelfde plaats van werkzaamheden pleegt te reizen, geldt het bedrag gelijk aan respectievelijk driekwart, de helft en een kwart van het bedrag, bepaald volgens het tweede lid.
4. Voor de belastingplichtige die naar verschillende plaatsen van werkzaamheden pleegt te reizen, zijn het tweede en het derde lid afzonderlijk van toepassing met betrekking tot het reizen naar elk van die plaatsen. Het voor hem geldende bedrag is gelijk aan de som van de volgens het tweede en het derde lid bepaalde bedragen maar ten hoogste € 1560.
5. Voor de toepassing van dit artikel worden met de belastingplichtige gelijkgesteld personen die behoren tot zijn huishouden.
Jurisprudentie
Nog geen gepubliceerde uitspraken over art. 318.
