← Wet IB 2001
IBNL

Art. 3145 Wet IB 2001

Wet inkomstenbelasting 2001 · Gewijzigd: 22 mei 2026

Wettekst

Artikel 3.145 — Privé-gebruik auto

1. Indien aan de belastingplichtige ook voor privé-doeleinden een auto ter beschikking is gesteld, wordt het voordeel op jaarbasis gesteld op ten minste 25% van de waarde van de auto. De auto wordt in ieder geval geacht ook voor privé-doeleinden ter beschikking te zijn gesteld tenzij blijkt dat de auto op jaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privé-doeleinden wordt gebruikt.

2. Indien het gebruik voor privé-doeleinden van een bestelauto wordt beperkt door de aard of de inrichting ervan, wordt in afwijking in zoverre van het eerste lid, eerste volzin, het voordeel op jaarbasis gesteld op ten minste 10% van de waarde van de bestelauto. Voor de toepassing van dit lid kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld.

3. Indien uit een rittenregistratie of anderszins blijkt dat de auto op jaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privé-doeleinden wordt gebruikt, wordt het voordeel gesteld op nihil.

4. Indien het aantal op jaarbasis voor privé-doeleinden gereden kilometers blijkt uit een rittenregistratie, wordt het voordeel: a. indien dit aantal meer is dan 500 maar niet meer dan 3000, gesteld op ten minste 10% van de waarde van de auto; b. indien dit aantal meer is dan 3000 maar niet meer dan 6000, gesteld op ten minste 15% van de waarde van de auto; c. indien dit aantal meer is dan 6000 maar niet meer dan 8000, gesteld op ten minste 20% van de waarde van de auto.

5. Voor de toepassing van dit artikel en de daarop berustende bepalingen wordt onder auto verstaan een personenauto of bestelauto als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 , met uitzondering van de bestelauto die door aard of inrichting uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt blijkt te zijn voor vervoer van goederen.

6. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld waaraan een rittenregistratie moet voldoen. Tevens kunnen regels worden gesteld over het anderszins laten blijken dat de auto op jaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privé-doeleinden wordt gebruikt.

7. De waarde is: a. van een personenauto: de catalogusprijs met inbegrip van de omzetbelasting en de belasting van personenauto's en motorrijwielen; b. van een bestelauto: de catalogusprijs met inbegrip van de omzetbelasting; c. van een personenauto of bestelauto die meer dan vijftien jaar geleden voor het eerst in gebruik is genomen: de waarde in het economische verkeer.

8. Het voordeel wordt in aanmerking genomen voorzover het uitgaat boven de vergoeding die de belastingplichtige voor het gebruik voor privé-doeleinden is verschuldigd.

9. Voor de toepassing van dit artikel wordt regelmatig woon–werkverkeer geacht voor privé-doeleinden plaats te vinden: a. indien de reisafstand niet meer beloopt dan 10 kilometer of b. voorzover de reisafstand meer beloopt dan 30 kilometer. Van het op grond van de vorige volzin als voor privé-doeleinden aangemerkte deel van het regelmatige woon–werkverkeer wordt eenderde deel maar niet meer dan 5500 kilometer in aanmerking genomen voor de toepassing van het vierde lid.

  • Contact
  • Terms & Conditions
  • Privacy Policy
© 2026 Argus Tax
Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkort
Praktijkgebieden▾
Indirect
Omzetbelasting (BTW)AccijnzenMilieubelastingenDouaneKansspelbelasting
Direct
VennootschapsbelastingInkomstenbelastingDividendbelastingBronbelastingMinimumbelasting (GloBE)
Loon & inhouding
LoonbelastingOverdrachtsbelastingSchenk- en erfbelastingBPM / AutobelastingenToeslagen
Formeel & overig
Formeel rechtVerrekenprijzenStaatssteunOverig
ContactAccount
Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkortPraktijkgebieden
ContactAccount
Geconsolideerde brontekst ter informatie; aan deze weergave kunnen geen rechten worden ontleend. Raadpleeg de officiële versie op wetten.overheid.nl.

Jurisprudentie

Nog geen gepubliceerde uitspraken over art. 3145.