Art. 3112 Wet IB 2001
Wettekst
Artikel 3.112 — Eigenwoningforfait
1. De voordelen uit eigen woning worden bij een eigenwoningwaarde van meer dan maar niet meer dan op jaarbasis gesteld op – € 12 500 nihil € 12 500 € 25 000 0,30% van deze waarde € 25 000 € 50 000 0,45% van deze waarde € 50 000 € 75 000 0,60% van deze waarde € 75 000 – 0,80% van deze waarde, maar ten hoogste € 8000
2. De eigenwoningwaarde is de volgens hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor die woning vastgestelde waarde of waarden voor het tijdvak waarbinnen het kalenderjaar valt. Indien een eigen woning deel uitmaakt van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken , wordt de eigenwoningwaarde gesteld op het gedeelte van de waarde van de onroerende zaak dat kan worden toegekend aan de woning.
3. Met betrekking tot de eigen woning ter zake waarvan het tweede lid geen toepassing kan vinden door het ontbreken van een op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde waarde, is de eigenwoningwaarde de waarde van de woning die wordt bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 16 tot en met 19, 20, tweede lid, en 22, derde lid, van die wet en van het tweede lid, tweede volzin.
4. De voordelen uit een eigen woning als bedoeld in artikel 3.111, tweede en derde lid, worden gesteld op nihil.
5. De voordelen uit een eigen woning als bedoeld in artikel 3.111, zesde lid, worden gesteld op 1,3% van de eigenwoningwaarde, maar ten hoogste € 8 000.
Jurisprudentie
Nog geen gepubliceerde uitspraken over art. 3112.
