Art. 103 Wet IB 2001
Wettekst
Artikel 10.3 — Bijstelling eigenwoningforfait
1. Bij het begin van het kalenderjaar worden de in de artikelen 3.19, tweede lid , en 3.112, eerste en vijfde lid , vermelde percentages en het in genoemd tweede lid en eerste lid laatstvermelde bedrag alsmede het in genoemd vijfde lid vermelde bedrag bij ministeriële regeling vervangen door andere percentages en een ander bedrag.
2. Het in de artikelen 3.19, tweede lid , en 3.112, eerste lid , laatstvermelde percentage en het in die leden laatstvermelde bedrag alsmede het in a rtikel 3.112, vijfde lid , vermelde bedrag worden berekend door het te vervangen percentage respectievelijk het te vervangen bedrag te vermenigvuldigen met de factor i h .
3. Onder de factor i h wordt verstaan: de verhouding van het indexcijfer van de woninghuren over juli van het voorafgaande kalenderjaar tot dat indexcijfer over juli van het tweede voorafgaande kalenderjaar.
4. Bij het begin van het eerste kalenderjaar van een op grond van de Wet waardering onroerende zaken geldend tijdvak worden de volgens het tweede lid berekende percentages bijgesteld met de verhouding van het gemiddelde van de eigenwoningwaarden die betrekking hebben op het voorafgaande tijdvak en het gemiddelde van die waarden die betrekking hebben op het eerstbedoelde tijdvak.
5. De in de artikel 3.112, eerste lid, eerstvermelde percentages worden achtereenvolgens berekend door het volgens het tweede en vierde lid berekende laatstvermelde percentage in artikel 3.112, eerste lid , te vermenigvuldigen met 0,4, 0,6 en 0,8.
6. Het in artikel 3.112, vijfde lid , vermelde percentage wordt berekend door het volgens het tweede en vierde lid berekende laatstvermelde percentage in artikel 3.112, eerste lid , te vermenigvuldigen met 10/6.
7. De in artikel 3.19, tweede lid , eerstvermelde vier percentages worden achtereenvolgens berekend door respectievelijk nihil en de volgens het vijfde lid berekende drie percentages te vermeerderen met het volgens artikel 10.4, tweede lid , berekende percentage.
