Art. 36h Wbm
Wettekst
Artikel 36h
1. De belasting met betrekking tot halfzware olie, gasolie en vloeibaar gemaakt petroleumgas wordt verschuldigd op het tijdstip waarop de accijns ter zake van die brandstoffen verschuldigd wordt of zou worden indien van die brandstoffen accijns zou worden geheven.
2. In afwijking van het eerste lid wordt de belasting bij toepassing van artikel 36 d verschuldigd op het tijdstip waarop het gebruik plaatsvindt.
3. De belasting met betrekking tot de levering van aardgas en de levering van elektriciteit wordt verschuldigd: a. in gevallen waarin een voorschotnota wordt uitgereikt of, indien geen voorschotnota wordt uitgereikt, een voorschotbedrag wordt ontvangen: 1°. op het tijdstip waarop een voorschotnota wordt uitgereikt onderscheidenlijk een voorschotbedrag wordt ontvangen; alsmede 2°. op het tijdstip van de uitreiking van de eindfactuur over een verbruiksperiode; b. in andere gevallen op het tijdstip van de uitreiking van de factuur.
4. Voor de toepassing van het derde lid, onderdeel a , onder 1°, in samenhang met artikel 36 c , tweede en derde lid , worden de hoeveelheden aardgas en elektriciteit, waarop de voorschotnota dan wel het voorschotbedrag is gebaseerd, aangemerkt als geleverde hoeveelheden.
5. Onder de in het derde lid, onderdeel a , onder 2°, bedoelde eindfactuur wordt verstaan de factuur die wordt opgemaakt na afloop van een verbruiksperiode en waarin verrekening plaatsvindt met de op deze verbruiksperiode betrekking hebbende voorschotten.
6. In afwijking van het derde lid wordt de belasting bij toepassing van artikel 36 c , vijfde lid , verschuldigd op het tijdstip waarop het verbruik plaatsvindt.
7. Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
Jurisprudentie
Nog geen gepubliceerde uitspraken over art. 36h.
