Art. 27 Wbm
Wettekst
Artikel 27
1. Het tarief bedraagt voor: a. ongelode lichte olie, per 1000 L € 12,41; b. gelode lichte olie, per 1000 L € 12,41; c. halfzware olie, per 1000 L € 13,60; d. gasolie die is bestemd voor ander gebruik dan voor het aandrijven van motorrijtuigen op de weg of van pleziervaartuigen, per 1000 L € 13,70; e. andere gasolie, per 1000 L € 13,70; f. zware stookolie, per 1000 kilogram € 15,99; g. vloeibaar gemaakt petroleumgas, per 1000 kilogram € 16,35; h. kolen, per 1000 kilogram € 11,57; i. hoogovengas, cokesovengas, kolengas en raffinaderijgas, per 1000 gigajoule € 117,11; j. aardgas, met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule, per Nm 3 € 0,0106; met dien verstande dat bij levering van meer dan 10 000 000 Nm 3 aardgas per jaar aan een gebruiker het tarief voor aardgas per Nm 3 van het meerdere bedraagt. € 0,0070 k. KV-gas, per 1000 gigajoule € 462,49.
2. Bij aardgas met een bovenste verbrandingswaarde lager of hoger dan 35,17 megajoule per Nm3 wordt het in het eerste lid genoemde tarief naar evenredigheid verlaagd, onderscheidenlijk verhoogd.
3. De toeslag op het tarief voor brandstoffen, als bedoeld in artikel 22, eerste lid , bedraagt voor: a. gelode lichte olie met een researchoktaangetal lager dan 97, per 1000 L € 32; b. ongelode lichte olie met een researchoktaangetal lager dan 95, per 1000 L € 14.
4. In afwijking van de voorgaande leden bedraagt het tarief nihil voor niet als minerale oliën aangemerkte brandstoffen die worden afgeleverd met een buiten Nederland gelegen bestemming, mits kan worden aangetoond dat de desbetreffende brandstoffen in verband met de aflevering buiten Nederland zijn gebracht.
5. In afwijking van het eerste lid, onderdeel i, bedraagt het tarief nihil voor hoogovengas, cokesovengas en kolengas, voor zover deze als brandstof worden gebruikt in de inrichting waarin zij zijn ontstaan.
6. In afwijking van het eerste lid, onderdeel j, bedraagt het tarief nihil voor in artikel 20, eerste lid, onderdeel f , als aardgas aangemerkte producten voor zover deze als brandstof worden gebruikt in de inrichting waarin zij ontstaan.
7. Op verzoek van de belastingplichtige wordt de belasting van kolen in afwijking van artikel 25 en van het eerste lid, onderdeel h, geheven per eenheid brandstof, uitgedrukt in zowel energie-inhoud als CO 2 -emissie bij verbranding van de kolen. In dat geval zijn de in het zevende lid genoemde tarieven van toepassing. Bij inwilliging van het verzoek geldt zulks tot wederopzegging door belanghebbende doch ten minste voor vijf jaren. Een hernieuwd verzoek kan eerst vijf jaren na die wederopzegging worden ingewilligd. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.
8. De in het zevende lid bedoelde tarieven bedragen € 0,1980 per gigajoule en € 2,4493 per 1000 kilogram CO 2 .
9. Bij op voordracht van Onze Minister vast te stellen algemene maatregel van bestuur worden voorwaarden en beperkingen gesteld waaronder de regeling, bedoeld in het zevende lid, wordt toegepast.
10. Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel .
