Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990
Artikel 1
1. Dit besluit geeft uitvoering aan de artikelen 28 en 36 van de Invorderingswet 1990 .
2. Dit besluit verstaat hierna onder wet: de Invorderingswet 1990 .
Artikel 2
Vervallen
Artikel 3
Vervallen
Artikel 4
Vervallen
Artikel 5
Vervallen
Artikel 5a
Vervallen
Artikel 6
Indien bij of krachtens artikel 25, achtste, negende, elfde of zeventiende lid, van de wet , uitstel van betaling is verleend, wordt invorderingsrente in rekening gebracht voorzover betaling niet plaatsvindt binnen de termijn waarvoor uitstel is verleend, dan wel, voorzover het uitstel door de ontvanger wordt beëindigd, met ingang van de dag volgende op de dag waarop zich de omstandigheid voordeed welke heeft geleid tot beëindiging van het uitstel.
Artikel 7
1. De mededeling, bedoeld in artikel 36, tweede lid, van de wet , wordt gedaan uiterlijk twee weken na de dag waarop ingevolge artikel 19 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen de verschuldigde belasting behoorde te zijn afgedragen of voldaan.
2. In geval van betalingsonmacht ter zake van een naheffingsaanslag die is opgelegd vanwege de omstandigheid dat de verschuldigde belasting meer beloopt dan die welke overeenkomstig de aangifte is dan wel had moeten worden afgedragen of voldaan, kan, voor zover die omstandigheid niet is te wijten aan opzet of grove schuld van het lichaam, in afwijking van het eerste lid, de mededeling worden gedaan uiterlijk twee weken na de vervaldag van die aanslag.
3. Bij de mededeling wordt inzicht gegeven in de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de verschuldigde belasting niet op aangifte is afgedragen of voldaan of niet is betaald.
Artikel 8
Het lichaam dat de mededeling, bedoeld in artikel 7 , doet, is gehouden aan de ontvanger:
de door deze gevraagde gegevens en inlichtingen te verstrekken die voor de vaststelling van de oorzaak van de betalingsonmacht, of voor de bepaling van de financiële positie van het lichaam van belang kunnen zijn;
boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan - zulks ter keuze van de ontvanger - waarvan de raadpleging van belang kan zijn voor de vaststelling van de oorzaak van de betalingsonmacht, of voor de bepaling van de financiële positie van het lichaam, desgevraagd voor dit doel beschikbaar te stellen.
Artikel 9
1. Aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 8 , dient binnen een door de ontvanger te stellen redelijke termijn te worden voldaan.
2. De gegevens en inlichtingen dienen duidelijk, stellig en zonder voorbehoud te worden verstrekt, mondeling, schriftelijk of op andere wijze, zulks ter keuze van de ontvanger.
3. Toegelaten moet worden, dat kopieën, leesbare afdrukken of uittreksels worden gemaakt van de voor raadpleging beschikbaar gestelde gegevensdragers of de inhoud daarvan.
Artikel 10
1. Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juni 1990.
2. Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990.
