Art. 7 IW 1990
Wettekst
Artikel 7
1. De toerekening van de betalingen geschiedt achtereenvolgens aan: a. de kosten; b. de betalingskorting; c. de rente; d. de belastingaanslag.
2. Toerekening van betalingen op een belastingaanslag geschiedt, behoudens voorzover daarvan moet worden afgeweken ingevolge het elders in deze wet bepaalde, naar evenredigheid aan de belasting, aan de heffingsrente, aan de revisierente, aan de compenserende rente, aan de kosten van ambtelijke werkzaamheden, aan de bestuurlijke boeten, aan de toeslagen en aan de opcenten, met dien verstande dat indien artikel 9.1, derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 of artikel 27, tweede lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 toepassing heeft gevonden, de toerekening in de eerste plaats geschiedt aan de belasting en vervolgens aan de premie volksverzekeringen.
3. De ontvanger is verplicht voor iedere contante betaling een kwitantie af te geven.
Jurisprudentie
Nog geen gepubliceerde uitspraken over art. 7.
