Art. 51 IW 1990
Wettekst
Artikel 51
1. Op een conservatoir beslag door de ontvanger tot verhaal van de belastingaanslag op degene die aansprakelijk is of wordt gesteld, is artikel 700, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet van toepassing.
2. Tenzij op het tijdstip van het leggen van het beslag de aansprakelijk gestelde reeds op de voet van artikel 49, vierde lid , is gedagvaard, vervalt het beslag van rechtswege indien de ontvanger niet binnen vier maanden na de dagtekening van de kennisgeving bedoeld in artikel 49, tweede lid , tot dagvaarding van de aansprakelijk gestelde is overgegaan. Het beslag vervalt bovendien indien de eis in de procedure bedoeld in artikel 49, vierde lid , is afgewezen en deze afwijzing in kracht van gewijsde is gegaan. Heeft voor het leggen van het beslag geen aansprakelijkstelling plaatsgevonden, dan vervalt het beslag indien niet binnen drie maanden na het leggen van het beslag aansprakelijkstelling plaatsvindt. De voorzieningenrechter van de rechtbank die het verlof tot het leggen van het beslag heeft verleend kan de in de vorige volzin bedoelde termijn verlengen, indien de ontvanger dit vóór het verstrijken van de termijn verzoekt. Tegen de beschikking is geen hogere voorziening toegelaten. Ingeval een conservatoir derdenbeslag van rechtswege is vervallen stelt de ontvanger de derde-beslagene daarvan schriftelijk in kennis.
Jurisprudentie
Nog geen gepubliceerde uitspraken over art. 51.
