Art. 50 IW 1990
Wettekst
Artikel 50
1. Indien de aansprakelijkheid berust op artikel 34 , artikel 35 , artikel 36 , artikel 37 , artikel 42, tweede lid , of artikel 42c , kan de aansprakelijk gestelde tegen de naheffingsaanslag voor zover hij daarvoor aansprakelijk is gesteld een bezwaarschrift indienen bij de inspecteur die de naheffingsaanslag heeft vastgesteld.
2. Indien de aansprakelijkheid berust op artikel 36a , artikel 40 of artikel 44 kan de aansprakelijk gestelde tegen de aanslag of de navorderingsaanslag waarvoor hij aansprakelijk is gesteld, dan wel waarmee de voorlopige aanslag waarvoor hij aansprakelijk is gesteld is verrekend, een bezwaarschrift indienen bij de inspecteur die de aanslag, onderscheidenlijk de navorderingsaanslag, heeft vastgesteld.
3. De ontvanger stelt de aansprakelijk gestelde desgevraagd op de hoogte van de gegevens met betrekking tot de belastingaanslag waarvoor hij aansprakelijk is gesteld voor zover deze gegevens redelijkerwijze van belang kunnen worden geacht voor het instellen van bezwaar, beroep of beroep in cassatie door de aansprakelijk gestelde.
4. Met betrekking tot bezwaar als bedoeld in het eerste en tweede lid, met betrekking tot beroep ter zake van een uitspraak op het desbetreffende bezwaar, alsmede met betrekking tot beroep in cassatie ter zake van de desbetreffende rechterlijke uitspraak, gelden dezelfde regels als die welke van toepassing zijn op bezwaar, beroep of beroep in cassatie als bedoeld in hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen , met dien verstande dat: a. de artikelen 25, zesde lid , en 27e van die wet niet van toepassing zijn indien het niet aan de aansprakelijk gestelde is te wijten dat de vereiste aangifte niet is gedaan of dat niet volledig is voldaan aan de verplichtingen ingevolge de artikelen 41, tweede lid , 47 , 47a , 49 en 52 van die wet , alsmede aan de verplichtingen ingevolge de artikelen 52a en 53, eerste, tweede en derde lid, van die wet voorzover het verplichtingen van administratieplichtigen betreft ten behoeve van de heffing van de belasting waarvan de inhouding aan hen is opgedragen; b. in afwijking van artikel 22 j van die wet de termijn voor het maken van bezwaar aanvangt met ingang van de dag na de dagtekening van de kennisgeving waarmee de in artikel 49 bedoelde beschikking is bekendgemaakt, dan wel, indien de aanslag na de bekendmaking is vastgesteld, met ingang van de dag na de dagtekening van het aanslagbiljet.
5. De inspecteur doet uitspraak op het bezwaarschrift binnen zes weken nadat het vonnis in de procedure, bedoeld in artikel 49, vierde lid , kracht van gewijsde heeft verkregen.
6. Bezwaar is niet toegestaan voor zover feiten of omstandigheden in het geding zijn, die van belang zijn geweest bij de vaststelling van de belastingaanslag en ter zake waarvan een onherroepelijke rechterlijke uitspraak is gewezen.
