Regeling aanwijzing bewijsstukken inzake de oorsprong van textielprodukten 1984
Artikel 1
Ter voldoening aan artikel 5a van het In- en uitvoerbesluit industriële goederen 1963 (Stb. 126) dient voor:
de produkten, vermeld in de bijlage I van deze regeling en
de produkten, vermeld in bijlage II van deze regeling, die van oorsprong zijn uit Hong-Kong, Thailand en Singapore
hetzij een geldig certificaat van oorsprong te worden afgegeven:
dat voldoet aan het bepaalde in artikel 9 van verordening (EEG) nr. 802/68 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 juni 1968 (PbEG L 148);
dan wel, indien het is opgemaakt in Argentinië, Bangladesh, Brazilië, Bulgarije, China, Columbia, Filippijnen, Guatemala, Haïti, Hongarije, India, Indonesië, Joegoslavië, Macao, Maleisië, Mexico, Pakistan, Peru, Polen, Roemenië, Singapore, Sri-Lanka, Thailand, Tsjechoslowakije, Uruguay of Zuid-Korea, overeenstemt met het in bijlage III van deze regeling opgenomen model;
dan wel, indien het in opgemaakt in Hong-Kong, overeenstemt met het in bijlage IV van deze regeling opgenomen model;
hetzij een geldig certificaat of formulier als bedoeld in artikel 3 of 4 te worden afgegeven.
Artikel 2
Ter voldoening aan artikel 5a van het In- en uitvoerbesluit industriële goederen 1963 dient voor de produkten, vermeld in bijlage II van deze regeling, andere dan bedoeld in artikel 1, onder b ,
hetzij een factuur of ander document te worden afgegeven, bevattende een geldige verklaring inzake de oorsprong, welke alle gegevens inhoudt die zijn om het goed waarop het betrekking heeft te kunnen identificeren, met name:
het aantal, de aard en de merken en nummers van de colli;
de soort van het goed;
de bruto- en nettomassa van het goed;
de naam van de exporteur van het goed;
hetzij een certificaat, een formulier of een factuur, voorzien van een verklaring als bedoeld in artikel 3 of 4 , te worden afgegeven.
Artikel 3
Als certificaat, bedoeld in de artikelen 1, onder 2 , en 2, onder 2 , kan worden afgegeven een certificaat voor produkten van huisindustrie of voor folkloristische produkten, dat is opgemaakt met inachtneming van de voorwaarden, neergelegd in de verordeningen (EEG) nr. 4134/86 (PbEG L 386), nr. 4135/86 , nr. 4136/86 (PbEG L 387) of nr. 768/88 (PbEG L 84) of het besluit van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 19 december 1988 (PbEG L 380) en ingericht overeenkomstig een van de modellen, opgenomen in een van de bijlagen, behorende bij die verordeningen, dan wel een certificaat inzake goederenverkeer A.TR. 1 of A.TR. 3 voor produkten van oorsprong uit Turkije, waarin in het vak ‘opmerkingen’ de vermelding ‘Turkse oorsprong’ is vermeld, en bekrachtigd met het stempel en de handtekening van de bevoegde autoriteiten.
Artikel 4
Als certificaat of formulier, bedoeld in de artikelen 1, onder 2 , en 2, onder 2 , kan worden afgegeven een certificaat inzake goederenverkeer EUR. 1 of een formulier EUR. 2, dan wel een certificaat van oorsprong formulier A of APR dat bij invoer in de Europese Economische Gemeenschap dient te worden afgegeven in het kader van het stelsel van algemene tariefpreferenties. Als factuur, voorzien van een verklaring voor goederen van oorsprong uit een land behorend tot de Europese Vrijhandels Associatie wordt beschouwd een factuur als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Protocol nr. 3 van de handelsovereenkomsten met Oostenrijk, IJsland, Zwitserland, Zweden, Finland en Noorwegen betreffende de definitie van het begrip ‘produkten van oorsprong’ en de methoden van administratieve verwerking (PbEG 1988, L 149, 180 en 216).
Artikel 5
De in de artikelen 1 en 2 bedoelde certificaten en verklaringen inzake de oorsprong zijn slechts geldig, indien:
zij betrekking hebben op de goederen die zijn aangegeven tot plaatsing onder de douaneregeling vrij verkeer als bedoeld in artikel 4, onderdeel 16, onder a, van het Communautair douanewetboek;
zij zijn opgemaakt in het land van oorsprong van de aangegeven goederen, met dien verstande dat certificaten kunnen zijn opgemaakt in een derde land in gevallen waarin de goederen uit dat derde land worden ingevoerd, behalve indien voor wat betreft de invoer van een categorie goederen, waartoe de betrokken goederen behoren, uit dat land kwantitatieve maxima zijn vastgesteld;
de daarin vermelde oorsprong is bepaald met inachtneming van de criteria voor het bepalen van de oorsprong, die zijn vastgesteld in de artikelen 36 tot en met 38 van verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG L 253).
Artikel 6
De in de artikelen 3 en 4 bedoelde certificaten en formulieren zijn slechts geldig, indien zij zijn opgemaakt met inachtneming van de terzake geldende, in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen bekend gemaakte bepalingen.
Artikel 7
De Beschikking aanwijzing bewijsstukken inzake de oorsprong van textielprodukten 1983 (Stcrt. 75) wordt ingetrokken.
Artikel 8
1. Deze regeling wordt in de Staatscourant bekend gemaakt.
2. Zij treedt in werking met ingang van de dag na die van haar bekendmaking.
Artikel 9
Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling aanwijzing bewijsstukken inzake de oorsprong van textielprodukten 1984.
