Wet regelen omtrent de opheffing van het recht van de Dertiende Penning
Artikel 1
1. De hoogte van het recht van de Dertiende Penning wordt bepaald op elf ten honderd van de waarde van de onroerende zaken waarop het recht rust.
2. Het recht van de Dertiende Penning is opgeheven na verloop van dertig jaren te rekenen van de dag van inwerkingtreding van deze wet.
3. Naastingsrechten, verband houdende of ooit gehouden hebbende met het recht van de Dertiende Penning, zijn afgeschaft.
Artikel 2
Deze wet treedt in werking op de eerste kalenderdag van de maand januari van het jaar dat volgt op dat waarin deze in het Staatsblad is geplaatst.
Artikel 3
Onze Minister van Justitie draagt zorg dat bekendheid wordt gegeven aan de dag waarop ingevolge de artikelen 1, tweede lid , en 2 het recht van de Dertiende Penning zal zijn opgeheven. Deze bekendmaking geschiedt in de derde maand welke volgt op die waarin deze wet in het Staatsblad is geplaatst.
