← Terug naar wetgeving
BesluitNL

Legesbesluit 1983

Laatst gewijzigd: 14 januari 2016
Geconsolideerde brontekst ter informatie; aan deze weergave kunnen geen rechten worden ontleend. Raadpleeg de officiële versie op wetten.overheid.nl.
Open officiële versie ↗Ontwikkelingen in de feed →
Uitspraken over dit artikel →

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

het verlengen van een paspoort, of een ander reisdocument: het verlengen van de geldigheidsduur van een paspoort c.q. reisdocument, alsook het geldig maken van een paspoort of een ander reisdocument, waarvan de geldigheidsduur reeds is verstreken, voor een later tijdvak.

Onze Minister: Onze Minister van Buitenlandse Zaken.

levenspartner: een persoon als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken van 24 november 1986, Stb. 611.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 2

1. Voor het afgeven van een paspoort met een geldigheidsduur van ten hoogste vijf jaar, ten behoeve van een Nederlander al dan niet vergezeld van één of meer kinderen beneden de leeftijd van twaalf jaar, wordt aan kanselarijleges geheven een bedrag van € 24,50.

2. Voor het afgeven van een paspoort met een geldigheidsduur van ten hoogste vijf jaar, ten behoeve van een Nederlander beneden de leeftijd van zestien jaar, wordt het bedrag aan kanselarijleges met 50% verlaagd.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 3

Voor het afgeven van een paspoort, een groter aantal bladen bevattende dan een paspoort bedoeld in het vorig artikel, met een geldigheidsduur van ten hoogste vijf jaar, ten behoeve van een Nederlander, wordt aan kanselarijleges geheven een bedrag van € 35,39.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 4

1. Voor het verlengen van een paspoort als bedoeld in het eerste lid van artikel 2 en in artikel 3 , wordt aan kanselarijleges geheven een bedrag van € 24,50.

2. Voor het verlengen van een paspoort als bedoeld in het tweede lid van artikel 2 , wordt het bedrag aan kanselarijleges met 50% verlaagd.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 5

1. Voor het afgeven of verlengen van een diplomatiek paspoort of een dienstpaspoort, met een geldigheidsduur van ten hoogste drie jaar, wordt aan kanselarijleges geheven een bedrag van € 24,50.

2. Dit recht is niet verschuldigd voor het afgeven of verlengen van paspoorten ten behoeve van het personeel van de Dienst Buitenlandse Zaken dat in het buitenland is tewerkgesteld, hun inwonende echtgeno(o)t(e) of levenspartner en bij hen inwonende minderjarige kinderen.

3. Indien een paspoort als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, is afgegeven of verlengd met een geldigheidsduur korter dan drie jaar, worden geen kanselarijleges geheven voor de verlenging daarvan tot ten hoogste drie jaar, te rekenen van de datum waarop laatstelijk kanselarijleges werden betaald.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 6

1. Voor het afgeven van een identiteitskaart (toeristenkaart) B met een geldigheidsduur van ten hoogste twee jaar ten behoeve van een Nederlander, wordt aan kanselarijleges geheven een bedrag van € 6,47.

2. Voor het afgeven van een identiteitskaart (toeristenkaart) BJ met een geldigheidsduur van ten hoogste twee jaar ten behoeve van een minderjarige Nederlander, wordt aan kanselarijleges geheven een bedrag van € 1,59.

3. Voor het afgeven van een identiteitskaart (toeristenkaart) C ten behoeve van een Nederlander doch uitsluitend geldig voor de Beneluxlanden, wordt aan kanselarijleges geheven een bedrag van € 1,59.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 7

Voor het afgeven van een identiteitskaart (toeristenkaart) Am, met een geldigheidsduur van ten hoogste één maand, door de brigade-commandant van de Koninklijke Marechaussee ten behoeve van een Nederlander, wordt aan kanselarijleges geheven een bedrag van € 24,50.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 8

1. Voor het afgeven of verlengen van een paspoort of een ander reisdocument met een geldigheidsduur van ten hoogste vijf jaar, ten behoeve van een vreemdeling al dan niet vergezeld van één of meer kinderen beneden de leeftijd van twaalf jaar, wordt aan kanselarijleges geheven een bedrag van € 24,50.

2. Indien een paspoort bedoeld in het vorig lid wordt afgegeven of verlengd ten behoeve van een vreemdeling beneden de leeftijd van zestien jaar, wordt het bedrag aan kanselarijleges met 50% verlaagd.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 9

1. Voor het afgeven of verlengen door Onze Minister van een reisdocument ten behoeve van: - een persoon die niet in een Nederlands persoonsregister is opgenomen; - een persoon, werkzaam in de internationale Rijn- of luchtvaart, en bij Onze Minister als zodanig geregistreerd, worden de bedragen van de kanselarijleges, genoemd in de artikelen 2 , 3 , 4 , 6 en 8 verhoogd met een bedrag van € 18,15 met dien verstande dat de afgifte of verlenging plaatsvindt met een geldigheidsduur van ten hoogste: a. vijf jaar, indien het een Nederlander betreft; b. één jaar, indien het een vreemdeling betreft; c. twee jaar, indien het de afgifte van een identiteitskaart (toeristenkaart) betreft.

2. Voor het afgeven of verlengen door Onze Minister van een additioneel (tweede) paspoort met een geldigheidsduur van ten hoogste twee jaar ten behoeve van een Nederlander, die aantoont om dringende redenen van beroepsuitoefening niet te kunnen volstaan met het bezit van één paspoort, worden de bedragen van de kanselarijleges, genoemd in de artikelen 2 , 3 en 4 verhoogd met een bedrag van € 18,15.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 9a

Voor het aanbrengen van een wijziging in de persoonsgegevens van de houder van een reisdocument, alsmede voor het op diens verzoek bijschrijven van de persoonsgegevens van een kind, door Onze Minister wordt aan kanselarijleges geheven een bedrag van € 2,50.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 10

Voor het afgeven van een laissez-passer wordt aan kanselarijleges geheven een bedrag van € 24,50.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 10a

Voor het verlengen van een reisdocument als bedoeld in de artikelen 2, 3, 8 en 10, met een geldigheidsduur van ten hoogste één jaar, door autoriteiten die door Onze Minister daartoe zijn gemachtigd, wordt aan kanselarijleges geheven een bedrag van € 43,79.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 11

1. Indien de aanvrager van een reisdocument reeds eerder een reisdocument werd verstrekt, welk document bij de aanvraag - anders dan door overmacht - niet compleet kan worden overgelegd, wordt boven het bedrag verschuldigd ingevolge de artikelen 2 , 3 , 5 , 6 , 8 , 9 of 10 , aan kanselarijleges geheven een bedrag van € 39,03.

2. Indien de omstandigheid omschreven in het eerste lid zich binnen een periode van twee jaren wederom voordoet, wordt het verschuldigde bedrag aan kanselarijleges, berekend op de voet van het eerste lid, verdubbeld.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 12

Voor het afgeven van een collectief paspoort wordt aan kanselarijleges geheven een bedrag van € 52,64 met dien verstande dat dit bedrag, indien de afgifte plaatsvindt door Onze Minister, wordt verhoogd met € 5,26 voor elke persoon die op het collectieve paspoort staat vermeld.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 12a

Vervallen

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 12b

Vervallen

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 12c

Vervallen

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 12d

Vervallen

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 12e

Vervallen

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 12f

Vervallen

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 13

Vervallen

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 14

Vervallen

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 15

Vervallen

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 16

Indien de belanghebbende onvermogend is kan, na verkregen algemene of bijzondere machtiging van Onze Minister, afgifte of verlenging van een reisdocument met een geldigheidsduur van één jaar kosteloos plaatsvinden.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 17

1. Afgifte en verlenging van een reisdocument geschiedt nadat dit - als bewijs van betaling der verschuldigde kanselarijleges - is voorzien van een of meer zegels, welke door een stempelafdruk ongeldig zijn gemaakt.

2. Onze Minister is bevoegd te bepalen dat in door hem nader aan te geven gevallen de kwijting van de kanselarijleges op andere wijzen plaatsvindt, dan in het eerste lid omschreven.

3. Onze Minister stelt het model van de in het eerste lid bedoelde zegels vast.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 18

De in artikel 17 bedoelde zegels verstrekt Onze Minister, bij wijze van voorschot, aan de autoriteiten die met de afgifte van paspoorten en identiteitskaarten (toeristenkaarten) en met de verlenging van paspoorten zijn belast.

Onze Minister is bevoegd ter zake nadere regelingen te stellen.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 19

De verantwoording en afdracht van de geheven leges vindt plaats aan Onze Minister, op de wijze door Onze Minister voor te schrijven.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 20

Het toezicht op de juiste wijze van heffing en verantwoording van de kanselarijleges wordt uitgeoefend door de ambtenaren, door Onze Minister aan te wijzen.

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 21

Dit besluit kan worden aangehaald onder de titel "Legesbesluit 1983".

Uitspraken over dit artikel →

Artikel 22

Dit besluit treedt in werking op een door Onze Minister te bepalen datum.

Met ingang van dezelfde datum vervalt het Koninklijk Besluit van 2 augustus 1960, Stb. 336.

Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkort
Praktijkgebieden▾
Indirect
Omzetbelasting (BTW)AccijnzenMilieubelastingenDouaneKansspelbelasting
Direct
VennootschapsbelastingInkomstenbelastingDividendbelastingBronbelastingMinimumbelasting (GloBE)
Loon & inhouding
LoonbelastingOverdrachtsbelastingSchenk- en erfbelastingBPM / AutobelastingenToeslagen
Formeel & overig
Formeel rechtVerrekenprijzenStaatssteunOverig
ContactAccount
Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkortPraktijkgebieden
ContactAccount