← Wet VPB 1969
VpbNL

Art. 15b Wet VPB 1969

Wet op de vennootschapsbelasting 1969 · Gewijzigd: 6 januari 2026

Wettekst

Artikel 15b

1. Met betrekking tot een lichaam dat deel uitmaakt van een internationaal werkzaam concern en dat uitsluitend vanuit Nederland financieringsactiviteiten verricht ten behoeve van tot het concern behorende lichamen welke zijn gevestigd dan wel mede zijn gelegen in ten minste vier Mogendheden dan wel op twee continenten, wordt door de inspecteur op verzoek van de belastingplichtige onder door hem te stellen voorwaarden toegestaan dat een reserve wordt gevormd ter zake van risico’s welke verband houden met die financieringsactiviteiten, met het houden van deelnemingen in de zin van artikel 13, tweede lid, eerste volzin en derde lid , door het concern alsmede met het drijven van ondernemingen door het concern met behulp van vaste inrichtingen buiten Nederland. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder: a. financieringsactiviteiten ten behoeve van tot het concern behorende lichamen verstaan financieringsactiviteiten welke strekken ter financiering van bedrijfsmiddelen en bedrijfsmatige activiteiten van tot het concern behorende lichamen, daaronder begrepen het financieren van deelnemingen in de zin van artikel 13, tweede lid, eerste volzin en derde lid , alsmede het ter beschikking stellen van het gebruik of het gebruiksrecht van bedrijfsmiddelen binnen het concern, andere dan financieringsactiviteiten buiten het concern alsmede beleggen; b. concernfinancieringswinst verstaan: 1°. de winst behaald met de financieringsactiviteiten ten behoeve van tot het concern behorende lichamen voor zover deze winst in Nederland belastbaar is, met uitzondering van de winst behaald met vermogen van het lichaam bestaande uit aandelen die bij ontbinding van het lichaam niet delen in de reserves van het lichaam en met uitzondering van verliezen van het lichaam voor zover ter zake van deze verliezen een toevoeging uit de reserve aan de winst op de voet van het vierde lid plaatsvindt; 2°. de positieve voordelen die samenhangen met een risico als bedoeld in het eerste lid, welke onderdeel uitmaken van de in Nederland belastbare winst van andere tot het concern behorende lichamen en voor welk risico het lichaam zelf een bedrag uit de reserve aan de winst heeft toegevoegd, doch ten hoogste tot het laatstbedoelde bedrag; c. concern verstaan de belastingplichtige te zamen met de met hem verbonden lichamen als bedoeld in artikel 10 a , vierde lid , waarbij voor de bepaling van het belang als bedoeld in dat artikellid buiten aanmerking blijven aandelen die bij de ontbinding van het lichaam niet delen in de reserves van het lichaam.

2. Het eerste lid is slechts van toepassing indien aannemelijk is dat: a. van het vermogen dat is aangewend voor de financieringsactiviteiten ten behoeve van tot het concern behorende lichamen voor zover daar concernfinancieringswinst mee wordt behaald, een niet groter gedeelte dan overeenkomt met de verhouding tussen de waarde in het economische verkeer van de in Nederland aanwezige bezittingen van het concern en de waarde in het economische verkeer van alle bezittingen van het concern, direct of indirect betrekking heeft op financieringsactiviteiten ten behoeve van tot het concern behorende lichamen in Nederland, doch nooit meer dan een tiende gedeelte; b. de inkomsten van het lichaam die behoren tot de concernfinancieringswinst per Mogendheid ten minste 5% dan wel per continent ten minste 10% bedragen van de totale in Nederland belastbare inkomsten van het lichaam ter zake van financieringsactiviteiten ten behoeve van tot het concern behorende lichamen. Voor de toepassing van onderdeel b mag het lichaam één of meer groepen van lichamen vormen welke in verschillende mogendheden dan wel op verschillende continenten zijn gevestigd en waarvan de gezamenlijke inkomsten worden toegerekend aan één mogendheid of aan één continent.

3. Het ten laste van de winst van een jaar aan de reserve toe te voegen bedrag beloopt ten hoogste 80 percent van de in dat jaar behaalde concernfinancieringswinst alsmede van de opbrengsten van bij ministeriële regeling nader omschreven kort lopende beleggingen welke worden aangehouden ter financiering van acquisities die passend zijn bij de omvang en liggen in de lijn van de activiteiten van het concern. Het in de eerste volzin bedoelde percentage wordt verhoogd tot 100 voor positieve voordelen als gevolg van wijzigingen in valutaverhoudingen, alsmede voor zover de concernfinancieringswinst bestaat uit positieve voordelen die samenhangen met een risico als bedoeld in het eerste lid en voor welk risico een bedrag uit de reserve aan de winst is toegevoegd, doch ten hoogste voor het laatstbedoelde bedrag. Het aan de reserve toe te voegen bedrag bedraagt echter niet meer dan 80 percent van het belastbare bedrag dat door de belastingplichtige zou zijn genoten indien over dat jaar geen bedrag aan de reserve zou zijn toegevoegd, noch onttrekkingen ten laste van de reserve aan de winst zouden zijn toegevoegd. Over jaren bij het einde waarvan de in het tweede lid, aanhef en onderdeel a , bedoelde norm is overschreden, blijft voor de berekening van de dotatie aan de reserve van de concernfinancieringswinst buiten aanmerking dat gedeelte dat is toe te rekenen aan het vermogen dat direct of indirect is aangewend voor de financieringsactiviteiten die betrekking hebben op de tot het concern behorende lichamen in Nederland en als gevolg waarvan niet langer wordt voldaan aan de norm bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdeel a . Toevoegingen aan de reserve vinden niet plaats over jaren bij het einde waarvan niet wordt voldaan aan de voorwaarde van het tweede lid, aanhef, onderdeel b , juncto het eerste lid. Een toevoeging aan de reserve ondergaat geen wijziging bij verrekening van verliezen uit volgende jaren.

4. Uit de reserve wordt, voor zoveel mogelijk, aan de winst van een jaar toegevoegd een bedrag ter grootte van de in het jaar geleden verliezen ter zake van de in het eerste lid omschreven risico’s voor zover die in Nederland ten laste van de winst komen. Het bepaalde in de vorige volzin is niet van toepassing op liquidatieverliezen bedoeld in artikel 13 d en verliezen van ondernemingen gedreven met behulp van vaste inrichtingen buiten Nederland, die zich voordoen binnen vijf jaar nadat de belastingplichtige voor de eerste maal ten laste van de winst aan de reserve heeft toegevoegd waarbij het ook binnen het concern voor de eerste maal is dat de reserve wordt gevormd en die betrekking hebben op voor die periode reeds gehouden deelnemingen onderscheidenlijk voor die periode reeds gedreven ondernemingen met behulp van vaste inrichtingen buiten Nederland; het vorenstaande geldt niet voor zover het liquidatieverlies betrekking heeft op een toename van het opgeofferd bedrag in de hiervoor bedoelde periode van vijf jaar.

5. Zonder dat dit tot een toevoeging aan de winst leidt kan ten laste van de reserve worden gebracht 50% van het bedrag van een directe of indirecte kapitaalstorting of verwerving van aandelen in een lichaam voor zover het belang bij deze deelneming hier te lande gevestigde tot het concern behorende lichamen aangaat en de kapitaalstorting of verwerving is gefinancierd uit het vermogen van de belastingplichtige dat betrekking heeft op de financieringsactiviteiten, onder gelijktijdige afboeking met een zelfde bedrag van het opgeofferde bedrag bedoeld in artikel 13 d voor de desbetreffende deelneming. Het in de vorige volzin bedoelde percentage van 50 wordt vervangen door 100, indien het betreft: a. een kapitaalstorting welke samenhangt met een aansprakelijkstelling van het concern of een daartoe behorend lichaam en het lichaam op wie de aansprakelijkheid rust deze niet zelf kan dragen; b. een kapitaalstorting of een verwerving van aandelen in een lichaam aan wier activiteiten dan wel de geografische ligging daarvan naar het oordeel van Onze Minister bijzondere risico’s zijn verbonden, een en ander mits is zeker gesteld dat in geval van buitenlandse activiteiten de voor de toepassing van deze bepaling benodigde inlichtingen kunnen worden verkregen.

6. Op verzoek van de belastingplichtige kan de reserve in gelijke delen aan de winst van een jaar en de daarop volgende vier jaren worden toegevoegd. In die jaren vinden geen toevoegingen aan de reserve meer plaats. Ingeval zich in deze jaren een situatie voordoet als bedoeld in het vierde of vijfde lid, vinden afboekingen van de reserve overeenkomstig die leden plaats en wordt het eventuele bedrag van de reserve na die afboekingen in gelijke delen toegevoegd aan de winst van de resterende jaren. De belasting over de toevoeging aan de winst ingevolge dit lid bedraagt in afwijking van artikel 22 , 10% van de toevoeging, of als dat lager is het belastbare bedrag, mits de belastingplichtige in het desbetreffende jaar voldoet aan de in het eerste lid en de door de inspecteur gestelde voorwaarden.

7. Bij het begin van het jaar waarin het lichaam ophoudt in Nederland belastbare winst te genieten, dan wel waarin het lichaam niet langer voldoet aan de voorwaarden van het eerste lid of de door de inspecteur gestelde voorwaarden, wordt de reserve aan de winst toegevoegd. In zoverre al in de voorgaande vier jaren op de voet van het zesde lid toevoegingen aan de winst hebben plaatsgevonden, wordt de belasting verhoogd met een bedrag gelijk aan 25% van die toevoegingen.

8. De in het eerste lid bedoelde voorwaarden, welke iedere 10 jaar aan feiten en omstandigheden kunnen worden aangepast, strekken tot het zeker stellen: a. van de heffing van belastingen overeenkomstig doel en strekking van dit artikel alsmede van de invordering van belastingen; b. dat indien verliezen waarvoor de reserve wordt gevormd bij een ander lichaam in Nederland in aanmerking worden genomen een bedrag ter grootte van deze verliezen ten laste van de reserve aan de winst wordt toegevoegd; c. dat eigen vermogen van het lichaam niet direct of indirect is gefinancierd uit geldleningen aangegaan door in Nederland gevestigde tot het concern behorende lichamen en waarvan de rente bij het bepalen van de winst in aftrek komt; d. dat het gebruik van deze regeling direct of indirect er niet toe leidt dat de grondslag voor de heffing van belastingen naar de winst of het inkomen in enigszins belangrijke mate wordt aangetast; e. dat vanwege andere Mogendheden geheven belastingen over de inkomsten uit de financieringsactiviteiten door de toepassing van dit artikel niet in volgende jaren in aanmerking worden genomen. Bij de toepassing van onderdeel e wordt op verzoek van de belastingplichtige de vanwege andere Mogendheden geheven belastingen over de inkomsten uit de financieringsactiviteiten in het jaar waarin deze worden genoten gezamenlijk in aanmerking genomen.

9. In geval de belastingplichtige niet voldoet aan de door de inspecteur gewijzigde voorwaarden wordt in afwijking van het zevende lid de reserve niet aan de winst toegevoegd zolang de belastingplichtige blijft voldoen aan de voorwaarden die van toepassing waren totdat deze werden gewijzigd. In afwijking van het derde lid vinden alsdan echter geen toevoegingen meer aan de reserve plaats.

10. De inspecteur beslist op het verzoek en past de voorwaarden aan bij voor bezwaar vatbare beschikking.

  • Contact
  • Terms & Conditions
  • Privacy Policy
© 2026 Argus Tax
Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkort
Praktijkgebieden▾
Indirect
Omzetbelasting (BTW)AccijnzenMilieubelastingenDouaneKansspelbelasting
Direct
VennootschapsbelastingInkomstenbelastingDividendbelastingBronbelastingMinimumbelasting (GloBE)
Loon & inhouding
LoonbelastingOverdrachtsbelastingSchenk- en erfbelastingBPM / AutobelastingenToeslagen
Formeel & overig
Formeel rechtVerrekenprijzenStaatssteunOverig
ContactAccount
Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkortPraktijkgebieden
ContactAccount
Geconsolideerde brontekst ter informatie; aan deze weergave kunnen geen rechten worden ontleend. Raadpleeg de officiële versie op wetten.overheid.nl.

Jurisprudentie

Nog geen gepubliceerde uitspraken over art. 15b.