← Wet VPB 1969
VpbNL

Art. 13g Wet VPB 1969

Wet op de vennootschapsbelasting 1969 · Gewijzigd: 6 januari 2026

Wettekst

Artikel 13g

1. Ingeval een belastingplichtige een bezit van ten minste 25 percent in het nominaal gestorte kapitaal van een vennootschap die is gevestigd in een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen als belegging houdt, wordt, in afwijking in zoverre van artikel 13, tweede lid , dat bezit met een deelneming gelijkgesteld, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan: 1°. de in de andere Lid-Staat gevestigde vennootschap is, zonder keuzemogelijkheid, zonder er van te zijn vrijgesteld en zonder toepassing van een bijzonder regime, onderworpen aan de aldaar geheven belasting naar de winst als bedoeld in artikel 2, onderdeel c , van de Richtlijn 90/435/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 juli 1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen uit verschillende Lid-Staten ( PbEG L 225); 2°. de belastingplichtige en de vennootschap hebben één van de in de bijlage bij de richtlijn opgenomen rechtsvormen; 3°. de belastingplichtige en de vennootschap worden in de Lid-Staat van vestiging niet geacht volgens een met een derde Staat gesloten verdrag ter voorkoming van dubbele belasting buiten de Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen te zijn gevestigd.

2. Ingeval de belastingplichtige in het bezit is van aandelen die ten minste 25 percent van de stemrechten vertegenwoordigen in een vennootschap die is gevestigd in een Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen waarmee Nederland een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten dat voorziet in een verlaging van de belastingheffing op dividenden op grond van het bezit van het aantal stemrechten, wordt, in afwijking in zoverre van artikel 13, tweede lid, onderdeel a , dit bezit met een deelneming gelijkgesteld, indien aan de in het eerste lid, onder 2° en 3°, gestelde voorwaarden is voldaan. Ingeval de belastingplichtige dit bezit als belegging houdt, is met betrekking tot dat bezit het eerste lid van overeenkomstige toepassing.

3. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt een bezit in een vennootschap die is gevestigd in een andere Lidstaat, welk bezit ter belegging wordt gehouden, niet met een deelneming gelijkgesteld indien: a. de bezittingen van die vennootschap onmiddellijk of middellijk hoofdzakelijk bestaan uit belangen in één of meer niet in een Lidstaat gevestigde vennootschappen, en b. die belangen, indien de belastingplichtige deze rechtstreeks zou hebben gehouden, niet als deelneming zouden worden aangemerkt.

4. Voorzover op een in het derde lid bedoeld belang in een niet in een Lidstaat gevestigde vennootschap, indien de belastingplichtige dit rechtstreeks zou hebben gehouden, artikel 28b, eerste lid , van toepassing zou zijn, waardeert de belastingplichtige de aandelen in de in de andere Lidstaat gevestigde vennootschap op de waarde in het economische verkeer.

5. Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige aannemelijk maakt dat het houden van de in die leden bedoelde belangen door tussenkomst van een vennootschap die is gevestigd in een Lidstaat, in overwegende mate is ingegeven door andere overwegingen dan het ontgaan of uitstellen van belastingheffing.

  • Contact
  • Terms & Conditions
  • Privacy Policy
© 2026 Argus Tax
Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkort
Praktijkgebieden▾
Indirect
Omzetbelasting (BTW)AccijnzenMilieubelastingenDouaneKansspelbelasting
Direct
VennootschapsbelastingInkomstenbelastingDividendbelastingBronbelastingMinimumbelasting (GloBE)
Loon & inhouding
LoonbelastingOverdrachtsbelastingSchenk- en erfbelastingBPM / AutobelastingenToeslagen
Formeel & overig
Formeel rechtVerrekenprijzenStaatssteunOverig
ContactAccount
Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkortPraktijkgebieden
ContactAccount
Geconsolideerde brontekst ter informatie; aan deze weergave kunnen geen rechten worden ontleend. Raadpleeg de officiële versie op wetten.overheid.nl.

Jurisprudentie

Nog geen gepubliceerde uitspraken over art. 13g.