Art. 4a Wet DB 1965
Wettekst
Artikel 4a
1. Inhouding van belasting blijft achterwege ten aanzien van de opbrengst van aandelen en winstbewijzen die wordt uitgedeeld aan een in een andere lid-staat van de Europese Unie gevestigd lichaam, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan: 1°. de inhoudingsplichtige en het ontvangende lichaam hebben één van de in de bijlage bij de Richtlijn 90/435/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 juli 1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen uit verschillende Lid-Staten ( PbEG L 225), opgenomen rechtsvormen; 2°. het ontvangende lichaam (moedermaatschappij) is op het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld reeds gedurende een ononderbroken periode van één jaar voor ten minste 25 percent van het nominaal gestorte kapitaal aandeelhouder van de inhoudingsplichtige (dochtermaatschappij); 3°. de moedermaatschappij en de dochtermaatschappij zijn in de lid-staat van vestiging zonder keuzemogelijkheid en zonder ervan te zijn vrijgesteld, onderworpen aan de aldaar geheven belasting naar de winst als bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de richtlijn; 4°. de moedermaatschappij en de dochtermaatschappij worden in de lid-staat van vestiging niet geacht volgens een met een derde Staat gesloten verdrag ter voorkoming van dubbele belasting buiten de lid-staten van de Europese Unie te zijn gevestigd; tenzij op grond van een voorschrift ter bestrijding van fraude en misbruiken opgenomen in een door Nederland met de lid-staat van vestiging van de moedermaatschappij gesloten verdrag ter voorkoming van dubbele belasting, de moedermaatschappij geen aanspraak zou kunnen maken op de in dat verdrag opgenomen verlaging van de belastingheffing op dividenden.
2. Indien de moedermaatschappij is gevestigd in een lid-staat van de Europese Unie waarmee Nederland een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten dat voorziet in een verlaging van belastingheffing op dividenden op grond van het bezit van het aantal stemrechten in de vennootschap die de dividenden uitdeelt, geldt in afwijking in zoverre van het eerste lid, als voorwaarde dat die moedermaatschappij in het bezit is van ten minste 25 percent van de stemrechten in de inhoudingsplichtige.
3. Inhouding van belasting blijft mede achterwege indien de moedermaatschappij, in afwijking in zoverre van het eerste en tweede lid, voor ten minste 10 percent van het nominaal gestorte kapitaal aandeelhouder is van de inhoudingsplichtige dan wel in het bezit is van ten minste 10 percent van de stemrechten in de inhoudingsplichtige, mits de lid-staat van de Europese Unie waarin de moedermaatschappij is gevestigd bij een zelfde bezitspercentage: 1°. bij de belastingheffing over de winstuitkering van de inhoudingsplichtige aan de moedermaatschappij handelt overeenkomstig artikel vier van de in het eerste lid genoemde richtlijn, alsmede 2°. van zijn kant in een overeenkomstig geval heffing van bronbelasting op winstuitkeringen aan in Nederland gevestigde moedermaatschappijen achterwege laat overeenkomstig artikel vijf van die richtlijn.
4. De inhoudingsplichtige is verplicht binnen één maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld bij de inspecteur schriftelijk opgaaf te doen van de naam, de plaats van vestiging en het adres van de moedermaatschappij, van het nominaal gestorte kapitaal dan wel het aantal stemgerechtigde aandelen van de inhoudingsplichtige, van het gedeelte van dat kapitaal dan wel van de stemgerechtigde aandelen onderscheidenlijk het percentage van de stemrechten dat de moedermaatschappij bezit en van het bedrag van de ter beschikking gestelde opbrengst. Voorts dient de inhoudingsplichtige te verklaren dat aan de in het eerste en tweede lid gestelde voorwaarden is voldaan. Bij de toepassing van het derde lid dient de inhoudingsplichtige tevens te verklaren dat, in afwijking in zoverre van de in het eerste en tweede lid gestelde voorwaarden, is voldaan aan de in de aanhef van het derde lid gestelde voorwaarde met betrekking tot het bezitspercentage alsmede dat is voldaan aan de in dat lid, onder 1°, gestelde voorwaarde.
