Art. 32 Wet LB 1964
Wettekst
Artikel 32
1. Onder spaarloonregeling wordt verstaan een schriftelijke regeling – niet zijnde een pensioenregeling – die voorziet in sparen van loon (spaarloon) dat gedurende ten minste vier jaar niet ter beschikking van de werknemer komt, tenzij het spaarloon wordt opgenomen ter zake van de verwerving van diens eigen woning als hoofdverblijf, de aankoop van effecten, de voldoening van premies voor lijfrenten als bedoeld in de artikelen 3.124, onderdeel b en 3.125, eerste lid, onderdelen a, c en d, van de Wet inkomstenbelasting 2001 en de voldoening van premies ingevolge bij ministeriële regeling aan te wijzen overeenkomsten van levensverzekering waarbij een kapitaalsuitkering is verzekerd, de door de werknemer vrijwillig betaalde premies ingevolge een pensioenregeling, de start van een voor eigen rekening gedreven onderneming, de opname van verlof, de financiering van scholingsuitgaven als bedoeld in artikel 6.27 van de Wet inkomstenbelasting 2001 of bij beëindiging van diens dienstbetrekking. Ingeval het spaarloon door de werknemer is opgenomen bij beëindiging van diens dienstbetrekking, wordt voor elke maand gedurende welke het spaarloon voortijdig is opgenomen belasting geheven van de werknemer ter zake van een evenredig deel van het spaarloon.
2. Onder winstdelingsregeling wordt verstaan een regeling die ten doel heeft de bevordering van winstdeling onder werknemers door middel van loon waarvan de hoogte afhankelijk is van de winst van de inhoudingsplichtige of van een met hem verbonden vennootschap of van aan anderen toekomende winstuitkeringen, overeenkomstig een in de regeling aangewezen stelsel van winstverdeling.
3. Om als spaarloonregeling of winstdelingsregeling te worden aangemerkt, dient de deelname daaraan open te staan voor ten minste driekwart van de werknemers van de inhoudingsplichtige.
4. Bij of krachtens ministeriële regeling kunnen: a. regelingen als spaarloonregeling of winstdelingsregeling worden aangewezen indien zij niet geheel voldoen aan de in of krachtens dit artikel gestelde vereisten; b. regelingen als spaarloonregeling of winstdelingsregeling worden uitgesloten indien zij niet dienstbaar zijn aan de bevordering van duurzaam bezit van werknemers in voldoend brede kring of bij herhaling niet worden nageleefd, alsmede ingeval ter zake van de uitvoering geen administratie wordt gevoerd waaruit duidelijk blijkt dat aan de gestelde vereisten is voldaan; c. regelen worden gesteld ter verzekering van het heffen van belasting over uitbetalingen welke in afwijking van de spaarloonregeling of winstdelingsregeling aan de werknemer worden gedaan.
5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regelen worden gesteld met betrekking tot het bepaalde in dit artikel .
