Art. 27 Wet LB 1964
Wettekst
Artikel 27
1. De belasting wordt geheven door inhouding op het loon.
2. Indien de werknemer ook premieplichtig is voor de volksverzekeringen geschiedt de inhouding van de belasting en de premie voor de volksverzekeringen in één bedrag dan wel in een percentage, met overeenkomstige toepassing van de regels die gelden voor de heffing en de invordering van de loonbelasting. Voor gevallen waarin de vorige volzin toepassing vindt, worden, met overeenkomstige toepassing van artikel 25 , bij ministeriële regeling tabellen vastgesteld waarin telkens de belasting en de premie voor de volksverzekeringen in één bedrag dan wel in één percentage worden opgenomen.
3. De inhoudingsplichtige is verplicht de belasting in te houden op het tijdstip waarop het loon wordt genoten.
4. De inhouding vindt plaats volgens de op het tijdstip van inhouding voor de werknemer geldende loonbelastingtabel.
5. Bij ministeriële regeling worden voor daarbij aan te wijzen gevallen berekeningsvoorschriften vastgesteld aan de hand waarvan uit de in het tweede lid, tweede volzin, bedoelde tabellen het bedrag van de belasting wordt afgeleid.
6. Overtreft de belasting het van de inhoudingsplichtige genoten loon in geld, dan wordt het ontbrekende geacht te zijn ingehouden op het in het derde lid omschreven tijdstip, met dien verstande dat de inhoudingsplichtige bevoegd is dat ontbrekende te verhalen op de werknemer. Ingeval het tweede lid toepassing vindt, is de vorige volzin van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het gezamenlijke bedrag van de belasting en de premie voor de volksverzekeringen.
7. Ingeval op grond van een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting of op grond van enige andere regel van interregionaal of internationaal recht geen loonbelasting behoort te worden ingehouden, mag de inhoudingsplichtige de inhouding slechts achterwege laten, indien de werknemer hem een daartoe strekkende verklaring van de inspecteur heeft doen toekomen.
8. De inhoudingsplichtige is verplicht de in een tijdvak ingehouden belasting op aangifte af te dragen.
9. Indien het tweede lid en artikel 67b , 67c of 67f van de Algemene wet inzake rijksbelastingen beide toepassing vinden, wordt respectievelijk artikel 67b, artikel 67c of artikel 67f van die wet eenmaal toegepast, met dien verstande dat in het tweede lid van artikel 67f van die wet voor «het bedrag van de belasting» wordt gelezen: het gezamenlijke bedrag van de belasting en de premie voor de volksverzekeringen.
