Art. 19a Wet LB 1964
Wettekst
Artikel 19a
1. Als verzekeraar van een pensioen of een voorziening voor vervroegde uittreding als bedoeld in de artikelen 18 en 18i kan optreden: a. een lichaam dat ingevolge artikel 5, onderdeel b , van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 is vrijgesteld van die belasting; b. een verzekeraar die bevoegd is het directe verzekeringsbedrijf, bedoeld in de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 , uit te oefenen, mits deze de pensioenverplichting of de verplichting ingevolge de regeling voor vervroegde uittreding voor de heffing van de vennootschapsbelasting rekent tot het binnenlandse ondernemingsvermogen; c. een niet in Nederland gevestigd pensioenfonds of lichaam dat het levensverzekeringsbedrijf uitoefent, mits het pensioen of de voorziening voor vervroegde uittreding de voortzetting is van een pensioen dat of een voorziening die reeds was verzekerd bij die verzekeraar in een periode waarin de werknemer of gewezen werknemer niet in Nederland woonde of niet in Nederland een dienstbetrekking vervulde; d. een ander lichaam dan bedoeld in de onderdelen a , b en c , dat in Nederland is gevestigd, de pensioenverplichting of de verplichting ingevolge de regeling voor vervroegde uittreding voor de heffing van de vennootschapsbelasting rekent tot het binnenlandse ondernemingsvermogen en voldoet aan de in het tweede lid gestelde voorwaarden; e. de natuurlijke persoon tot wie de werknemer in dienstbetrekking staat of heeft gestaan en die voldoet aan de in het tweede lid gestelde voorwaarden; f. een pensioenfonds of lichaam dat bevoegd het verzekeringsbedrijf uitoefent, anders dan bedoeld in de onderdelen a , b en c , dat door Onze Minister, onder door hem te stellen voorwaarden, is aangewezen en dat zich tegenover Onze Minister heeft verplicht: 1°. te voldoen aan voorwaarden met betrekking tot het verschaffen van inlichtingen over de uitvoering van de regeling, en 2°. zekerheid te stellen voor de invordering van de belasting die is verschuldigd door toepassing van artikel 3.83, eerste of tweede lid , of artikel 7.2, achtste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 , dan wel de werknemer of gewezen werknemer zich heeft verplicht deze zekerheid te stellen.
2. Het lichaam of de natuurlijke persoon, bedoeld in het eerste lid, onderdelen d en e , kan slechts als verzekeraar van een pensioen optreden ter uitvoering van toezeggingen als bedoeld in artikel 2, derde lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet ( Stb. 1981, 18) of van toezeggingen waarvoor ontheffing is verleend van artikel 2, eerste lid, van die wet.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de in het eerste lid, onderdeel f, bedoelde aanwijzing.
