Art. 18c Wet LB 1964
Wettekst
Artikel 18c
1. Een op een eindloonstelsel gebaseerd wezenpensioen bedraagt per dienstjaar of ontbrekend dienstjaar niet meer dan 0,28 percent van het pensioengevend loon of bereikbaar pensioengevend loon.
2. Een op een middelloonstelsel gebaseerd wezenpensioen bedraagt per dienstjaar niet meer dan 0,32 percent van het pensioengevend loon of bereikbaar pensioengevend loon.
3. Voor een op een beschikbare-premiestelsel gebaseerd wezenpensioen is artikel 18a, derde lid , van overeenkomstige toepassing.
4. Een wezenpensioen gaat in onmiddellijk na het overlijden van de werknemer of gewezen werknemer dan wel direct na beëindiging van een uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet .
5. Een wezenpensioen gaat op het tijdstip van ingang niet uit boven 14 percent van het pensioengevend loon of bereikbaar pensioengevend loon.
6. Voor volle wezen worden de in de vorige leden genoemde percentages verdubbeld.
7. Voor de toepassing van het vijfde en het zesde lid is artikel 18a, negende lid , van overeenkomstige toepassing.
Jurisprudentie
Nog geen gepubliceerde uitspraken over art. 18c.
