Art. 15b Wet LB 1964
Wettekst
Artikel 15b
1. Tot de vrije vergoedingen behoren niet vergoedingen ter zake van: a. regelmatig woon-werkverkeer voorzover de vergoedingen uitgaan boven de in de artikelen 16 , 16a en 16b gestelde normeringen en beperkingen; b. woon-werkverkeer en ander vervoer per auto, indien dat vervoer geen regelmatig woon-werkverkeer is en niet plaatsvindt per taxi of met een ter beschikking gestelde auto, voorzover de vergoeding meer bedraagt dan € 0,28 per kilometer; c. kinderopvang voorzover niet is voldaan aan artikel 16c ; d. maaltijden waarbij het zakelijke karakter: 1°. van bijkomstig belang is, of 2°. van meer dan bijkomstig belang is voorzover zij wat betreft aantal en regelmaat uitgaan boven bij ministeriële regeling te stellen normen; e. bedrijfsfitness voorzover niet is voldaan aan bij ministeriële regeling te stellen regels; f. werkruimte, de inrichting daaronder begrepen, in de woning, de aanhorigheden daaronder begrepen, van de werknemer voorzover niet is voldaan aan bij ministeriële regeling te stellen regels die mede betrekking hebben op de mate waarin de vergoeding niet tot de vrije vergoedingen wordt gerekend; g. telefoonabonnementen behoudens voorzover het betreft het tweede en volgende telefoonabonnement van de werknemer waarvan het zakelijke karakter van meer dan bijkomstig belang is; h. persoonlijke verzorging, behoudens voorzover de werknemer optreedt als artiest of presentator of als beroep een tak van sport beoefent; i. personeelsverenigingen en dergelijke; j. huisvesting buiten de woonplaats ter zake van de dienstbetrekking voorzover de vergoeding betrekking heeft op een periode van meer dan twee jaar; k. premies ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of een buitenlandse regeling die naar aard en strekking daarmee overeenkomt; l. verschuldigde loonbelasting en bij wijze van inhouding verschuldigde premie voor de volksverzekeringen; m. premies voor buitenlandse verzekeringen die naar aard en strekking overeenkomen met de volksverzekeringen, tenzij de werknemer premieplichtig is voor de volksverzekeringen; n. geldboeten opgelegd door een Nederlandse strafrechter en geldsommen betaald aan de Staat ter voorkoming van strafvervolging in Nederland of ter voldoening aan een voorwaarde verbonden aan een besluit tot gratieverlening, alsmede administratieve sancties opgelegd ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften ; o. misdrijven ter zake waarvan de werknemer door een Nederlandse strafrechter bij onherroepelijke uitspraak is veroordeeld, daaronder begrepen de misdrijven die zijn betrokken bij de bepaling van de hoogte van de opgelegde straf en ter zake waarvan het Openbaar Ministerie heeft verklaard te zullen afzien van vervolging; p. misdrijven ter zake waarvan de werknemer ter voorkoming van strafvervolging in Nederland aan de gestelde voorwaarden heeft voldaan; q. wapens en munitie, tenzij terzake een erkenning, consent, vergunning, verlof of ontheffing is verleend krachtens de Wet wapens en munitie ; r. dieren en categorieën van dieren als bedoeld in de krachtens de artikelen 73 en 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren vastgestelde Regeling agressieve dieren, tenzij terzake een dierenpaspoort als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van die regeling is afgegeven; s. parkeergelegenheid in of bij de woning van de werknemer.
2. Vrije vergoedingen die verband houden met een misdrijf, verstrekt in het loontijdvak waarin de veroordeling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel o, onherroepelijk is geworden dan wel waarin aan de gestelde voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel p, is voldaan, in de daaraan voorafgaande loontijdvakken van het jaar of in een of meer van de vijf daaraan voorafgaande jaren, worden op het tijdstip van het onherroepelijk worden van de veroordeling, respectievelijk het voldoen aan de gestelde voorwaarden, alsnog als loon in aanmerking genomen.
