Art. 14 Wet LB 1964
Wettekst
Artikel 14
1. De zeedagenaftrek geldt ten aanzien van de werknemer die als kapitein, scheepsofficier of scheepsgezel van een zeeschip in de zin van de Zeebrievenwet in verband met zijn werkzaamheden doorgaans ten minste 180 dagen per jaar aan boord van een dergelijk zeeschip of in een buitenlandse haven of havenplaats verblijft (zeedagen). De dagen van vertrek en van aankomst worden daarbij meegerekend.
2. De zeedagenaftrek bedraagt € 4 per zeedag.
3. Als zeedagen worden niet in aanmerking genomen: a. dagen ten gevolge van reizen met een duur van 14 dagen of minder, tenzij gedurende de reis een buitenlandse haven is aangedaan die voor de vervoerde zaken of personen het karakter van haven van bestemming of van vertrek heeft; b. dagen waarbij het vertrek uit en de aankomst in een Nederlandse haven op dezelfde dag liggen; c. dagen waarop het zeeschip de hele dag in een Nederlandse haven ligt.
Jurisprudentie
Nog geen gepubliceerde uitspraken over art. 14.
