Art. 88a AWR
Wettekst
Artikel 88a
1. Met betrekking tot bij wettelijke bepalingen in de zin van de Douanewet strafbaar gestelde feiten en met uitbreiding van artikel 53 van het Wetboek van Strafvordering is de inspecteur bevoegd een van misdrijf verdachte persoon die is aangehouden in of op een entrepot, ruimte voor tijdelijke opslag, plaats, spoorwegemplacement, haven, luchthaven, terrein, gebouw, erf of vervoermiddel, een en ander als bedoeld in de artikelen 12 en 14 van de Douanewet , of bij het juist hebben verlaten van een locatie of vervoermiddel als in die artikelen bedoeld, na aanhouding naar een plaats voor verhoor te geleiden dan wel diens aanhouding of voorgeleiding te bevelen.
2. Een in het eerste lid bedoelde persoon kan mede worden geleid voor de inspecteur in wiens ambtsgebied die persoon is aangehouden.
3. Indien de inspecteur die de verdachte heeft aangehouden of voor wie de verdachte wordt geleid de inverzekeringstelling of de bewaring van de verdachte nodig oordeelt, doet hij de verdachte voorgeleiden voor de officier van justitie of voor een hulpofficier van justitie.
4. Indien de verdachte niet voor de officier of voor een hulpofficier van justitie wordt voorgeleid, wordt de verdachte, na te zijn verhoord, dadelijk in vrijheid gesteld.
5. De verdachte mag niet langer dan zes uren voor verhoor worden opgehouden, met dien verstande dat de tijd tussen middernacht en negen uur voormiddags niet wordt meegerekend.
Jurisprudentie
Nog geen gepubliceerde uitspraken over art. 88a.
