← AWR
Formeel recht & invorderingNL

Art. 30i AWR

Algemene wet inzake rijksbelastingen · Gewijzigd: 15 april 2026

Wettekst

Artikel 30i

1. Met betrekking tot de inkomstenbelasting wordt rente – revisierente – verschuldigd, indien: a. door de toepassing van artikel 19b, eerste lid, of tweede lid, eerste volzin, van de Wet op de loonbelasting 1964 in verbinding met artikel 3.81 van de Wet inkomstenbelasting 2001 of van artikel 3.83, eerste of tweede lid , dan wel artikel 7.2, achtste lid, van de laatstgenoemde wet de aanspraak ingevolge een pensioenregeling tot het loon wordt gerekend; b. ingevolge artikel 3.133 of 3.136 van de Wet inkomstenbelasting 2001 premies voor een aanspraak op periodieke uitkeringen als negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking worden genomen, behoudens voorzover artikel 3.69, eerste lid, aanhef en onderdeel b , van genoemde wet met betrekking tot deze negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen toepassing vindt; c. ingevolge artikel 3.135 van de Wet inkomstenbelasting 2001 premies voor een aanspraak uit een pensioenregeling als bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel b, van die wet als negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking worden genomen.

2. De revisierente bedraagt 20 percent van de waarde in het economische verkeer van aanspraken als bedoeld in het eerste lid.

3. Ingeval de aanspraak is bedongen minder dan 10 jaren vóór het jaar waarin de aanspraak ingevolge een pensioenregeling tot loon wordt gerekend dan wel de negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen worden genoten, wordt, indien de belastingplichtige dit verzoekt, in afwijking van het tweede lid, de revisierente gesteld op het door de belastingplichtige aannemelijk te maken bedrag dat ingevolge de artikelen 30 f en 30 h aan heffingsrente in rekening zou worden gebracht indien de mogelijkheid zou bestaan de aftrek van de premies voor de aanspraak ongedaan te maken door navorderingsaanslagen over de jaren van die aftrek. Hierbij worden de bedragen van die navorderingsaanslagen gesteld op 50 percent van de premies en wordt het einde van het in artikel 30 f , derde lid, onderdeel a , bedoelde tijdvak gesteld op 31 december van het jaar waarin de aanspraak ingevolge een pensioenregeling tot loon wordt gerekend dan wel de negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen worden genoten.

Geconsolideerde brontekst ter informatie; aan deze weergave kunnen geen rechten worden ontleend. Raadpleeg de officiële versie op wetten.overheid.nl.
  • Contact
  • Terms & Conditions
  • Privacy Policy
© 2026 Argus Tax
Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkort
Praktijkgebieden▾
Indirect
Omzetbelasting (BTW)AccijnzenMilieubelastingenDouaneKansspelbelasting
Direct
VennootschapsbelastingInkomstenbelastingDividendbelastingBronbelastingMinimumbelasting (GloBE)
Loon & inhouding
LoonbelastingOverdrachtsbelastingSchenk- en erfbelastingBPM / AutobelastingenToeslagen
Formeel & overig
Formeel rechtVerrekenprijzenStaatssteunOverig
ContactAccount
Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkortPraktijkgebieden
ContactAccount

Jurisprudentie

Nog geen gepubliceerde uitspraken over art. 30i.