Art. 29a AWR
Wettekst
Artikel 29a
1. Van de indiener van het beroepschrift wordt door de griffier van de Hoge Raad een griffierecht geheven. Indien het een beroepschrift ter zake van twee of meer samenhangende uitspraken betreft, is eenmaal griffierecht verschuldigd. In die gevallen bedraagt het griffierecht het hoogste op grond van het tweede lid verschuldigde bedrag. Indien door degene die beroep in cassatie instelt of diens procesvoorganger reeds ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof of de voorzieningenrechter van het gerechtshof griffierecht is betaald, wordt zulks verrekend met het terzake van het beroep in cassatie verschuldigde recht.
2. Het griffierecht bedraagt: a. € 82 indien door een natuurlijke persoon beroep in cassatie is ingesteld tegen een uitspraak inzake een ander besluit dan bedoeld in onderdeel b; b. € 165 indien door een natuurlijke persoon beroep in cassatie is ingesteld tegen een uitspraak inzake een besluit als bedoeld in artikel 27b, eerste lid, onderdeel b ; c. € 327 indien anders dan door een natuurlijke persoon beroep in cassatie is ingesteld.
3. Indien het bestuursorgaan beroep in cassatie heeft ingesteld en de uitspraak van het gerechtshof in stand blijft, wordt van de desbetreffende rechtspersoon een griffierecht geheven van € 327.
4. Artikel 8:41, tweede en vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
5. De in het tweede en derde lid genoemde bedragen kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd voor zover het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie daartoe aanleiding geeft.
Jurisprudentie
Nog geen gepubliceerde uitspraken over art. 29a.
