Art. 28 AWR
Wettekst
Artikel 28
1. Tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof die overeenkomstig afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht is gedaan, en tegen een schriftelijke uitspraak van de voorzieningenrechter van het gerechtshof die overeenkomstig artikel 8:86 van die wet is gedaan, kan bij de Hoge Raad beroep in cassatie worden ingesteld.
2. Geen beroep in cassatie kan worden ingesteld tegen: a. een uitspraak van het gerechtshof na overeenkomstige toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht ; b. een uitspraak van de voorzieningenrechter van het gerechtshof overeenkomstig artikel 8:84, tweede lid, van die wet ; en c. een uitspraak van de voorzieningenrechter van het gerechtshof overeenkomstig artikel 8:75a, eerste lid , in verband met artikel 8:84, vierde lid, van die wet .
3. Tegen andere beslissingen van het gerechtshof en van de voorzieningenrechter van het gerechtshof kan slechts tegelijkertijd met het beroep in cassatie tegen de in het eerste lid bedoelde uitspraak beroep in cassatie worden ingesteld.
Jurisprudentie
Nog geen gepubliceerde uitspraken over art. 28.
